BALANDA

BB

Borsboom

Cohen

Ombudsman

Wilders

 Karst Tates: Willem Alexander + Kon. Toespraken

 

 Portefeuille en functies

Burgemeester Cohen is verantwoordelijk voor een aantal onderwerpen, zoals de veiligheid in Amsterdam. Maar hij is meer dan alleen
de burgervader, hij is bijvoorbeeld ook Korpsbeheerder van de Politie. (amsterdam.nl/­gemeente/­college/­burgemeester_cohen/­divers/­portefeuille)     (amsterdam.nl/­gemeente/­college/­burgemeester_cohen/­divers/­taken_burgemeester)

[~]brief aan de raad over terreurdreiging 19 maart 2009
(amsterdam.nl/­aspx/­download.aspx?file=/­contents/­pages/­79559/­briefaanraadterreurdreigingmaart09.pdf)

 

Cohen: samenbinden met smalltalk

20-11-2009 10:36 | Ben Tramper

Bij zijn aantreden als burgmeester van Amsterdam werd hem de vraag voorgelegd wat hij als zijn belangrijkste opdracht voor de stad zag. De woorden die hij toen uitsprak, hebben inmiddels een legendarische status: „De boel bij elkaar houden.” Vindt Job Cohen (62) –in binnen- en buitenland beschouwd als een van ’s werelds beste burgemeesters– zichzelf geslaagd in zijn missie? „Zo veel mensen op zo’n klein stukje grond – ik ben er altijd mee bezig, soms meer, soms minder succesvol; ik heb ze niet alle 750.000 aan een touwtje.”

Zijn werkkamer in het stadhuis biedt hem zicht op een van de intiemste stukjes Amsterdam: de Amstel, ten noorden van de Magere Brug, met zijn karakteristieke woonboten en historische grachtenpanden. De alledaagse wereld waarin de Amsterdammers hun leven leiden, kan hem nauwelijks een moment ontgaan. Bijna dagelijks mengt Cohen zich onder de mensen op de kades en in de smalle winkelstraten en maakt hij een praatje met deze of laat hij zich aanschieten door gene.

Voor Cohen heeft de smalltalk grote waarde. Ze helpt hem, zegt hij, bij de doordenking van de vraag welke processen schuilgaan achter wat hij in de publieke ruimte waarneemt. Dat religie daarbij een rol speelt, staat wat hem betreft buiten kijf. In zijn boekenkast staan de bronnen van de invloedrijkste godsdiensten strak naast elkaar: Bijbel, Koran, Tenach. Boven op een drieluik over de geschiedenis van Holland ligt ”In de voetsporen van Abraham”, een studie over de dialoog tussen jodendom, christendom en islam.

U bent burgemeester van een stad met 750.000 inwoners afkomstig uit 175 verschillende landen. Voelt u zich van al die mensen ook een beetje burgerváder?

Opgewekt: „Jazeker. Dat is een van de belangrijkste rollen die mij zijn toevertrouwd.”

Klinkt het niet paternalistisch?

„Nee, helemaal niet. Ik merk het als ik de stad inga: mensen vinden het leuk te vertellen wat hen bezighoudt. En ik vind het leuk naar hun verhalen te luisteren. Voor een burgemeester is het van essentieel belang dat je in de gaten hebt wat mensen doen en waarmee zij zitten. Wat mijn baan zo aantrekkelijk maakt, is de enorme afwisseling. Het ene moment ben ik bezig met een groot project, het andere moment bespreek ik met mensen hun alledaagse probleem.”

Over u wordt gezegd: „Heeft een groot hart voor mensen.”

Relativerend: „Ach…”

Uw broer Floris zei ooit: „Job was als kind altijd socialer dan ik.”

Hij lacht. „Als je niet in mensen geïnteresseerd bent en in wat hen drijft, kun je geen burgemeester zijn.”

Heeft u dat sociale van uw moeder? Ooit zei u: „Mijn moeder is een warm mens.”

„Ik heb van mijn ouders veel moois geërfd. Thuis werd altijd volop gediscussieerd. Mijn moeder zat lange tijd voor de PvdA in de gemeenteraad van Heemstede. Ook maakte ze deel uit van de Raad voor de Kinderbescherming. Als ze thuis kwam zei ze regelmatig: „Moet je nu toch eens horen wat ik heb meegemaakt…”

U komt uit een sociaaldemocratisch gezin van Joodse komaf. Wat betekent dat laatste voor u?

„Laat ik het zo zeggen: Ik ben mij er altijd van bewust geweest, vooral vanwege het historische aspect. Ik ben van 1947, net na de oorlog. Mijn ouders hebben jarenlang ondergedoken gezeten. De grootouders van vaderszijde zijn in de concentratiekampen omgebracht. Na de oorlog kwam mijn vader als historicus terecht bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Over de geschiedenis van Joden in de oorlog kreeg ik van huis uit veel mee. Dat zit in mij.

Maar ik zeg erbij: Met het Joodse geloof zelf heb ik niks. Dat speelt in mijn leven op geen enkele manier een rol. Ik ben ook helemaal niet Joods opgevoed.”

Amsterdam kreeg na de oorlog diverse Joodse burgemeesters. Heeft dat voor u een symbolische waarde?

„Die symboliek is voor mij heel duidelijk, al heeft ze bij mijn weten nooit invloed gehad op de benoemingen zelf. Ze wijst wat mij betreft op de verbondenheid tussen Amsterdam en het Jodendom.

Amsterdam is een stad met een enorm litteken. Tijdens de oorlog vond een decimering van de Joodse gemeenschap plaats. Dat Amsterdam nadien toch weer enkele burgemeesters van Joodse komaf heeft gekregen, ja, dat vind ik treffend.”

U trad zelf aan in 2001, kort voor de terreuraanslagen in New York, met een uitspraak die inmiddels legendarisch is: „De boel bij elkaar houden.” Nog korter vatte u die samen met een titel van uw nieuwste boek: ”Binden”. Vindt u dat u de afgelopen jaren in die opdracht bent geslaagd?

„Die vraag is niet te beantwoorden. Je weet niet wat er zou zijn gebeurd als hier iemand had gezeten die de boel heel anders had aangepakt.

Voor mij is een van de allerleukste dingen om te doen: mensen tot hun recht laten komen. Ik hoef niet zo nodig een stempel op de stad te drukken. Wat ik wel wil is dat zo veel mogelijk mensen op een ruimte van slechts enkele vierkante kilometers zo veel mogelijk gelegenheid krijgen hun talenten zo goed mogelijk te ontwikkelen, zonder dat zij anderen daarbij in de weg lopen. Dat is de opgave waar de stad voor staat. Daaraan wil ik mijn bijdrage leveren.”

Door sociale processen als individualisering en globalisering zijn mensen van elkaar vervreemd, door terreur en geweld bovendien soms ook bang voor elkaar. Is de samenleving in staat van ontbinding?

„Die kwalificatie gaat mij veel te ver. Dat wordt vandaag de dag wel geroepen, maar daar ben ik het mee oneens. Kijk eens om u heen: de stad groeit en bloeit aan alle kanten. Tegelijkertijd zien we dat een aantal oude bindingskaders is weggevallen: de kerk, allerlei politieke bewegingen. Het gevoel dat mensen iets met elkaar hebben, is minder vanzelfsprekend dan vroeger.”

Hoe taxeert u de situatie?

„Ik vind dat de sfeer er niet op vooruit is gegaan. Daarom moeten we ons best doen nieuwe vormen van burgerschap te ontwikkelen. Mensen moeten weer het gevoel krijgen dat ze wat met elkaar hebben.”

U schrijft in uw boek dat na de moord op Theo van Gogh in 2004 in het land een klimaat van angst en bedreiging is ontstaan. Staat de samenleving op een tweesprong?

„Wat bedoelt u?”

U zei onlangs: „De boel bij elkaar houden door de diversiteit van de Nederlanders te respecteren, is beter dan de boel uit elkaar laten knallen door elkaar te gaan verketteren.” Welke kant gaat het op?

„Dat weet ik niet. Maar zelf kies ik er heel uitdrukkelijk voor niet mee te doen aan het gebruik van grote woorden. Zie wat er de afgelopen week is gebeurd: al dat geroep over demoniseren en gedemoniseerd worden – ik vind dat helemaal niks. Ik denk dat dat erg contraproductief is voor het zoeken naar wat verbindt.”

Alle polarisatie leidt tot onzekerheid onder mensen: waarin mondt de tweespalt uit?

„Dat kun je niet voorspellen. Er zijn mensen die naar het verleden wijzen en naar wat er in de oorlog is gebeurd, maar daaraan wil ik evenmin meedoen.”

„Waar het om gaat is dat we ons inzetten voor een scherp en zuiver debat. Met polarisatie op zichzelf is niks mis. Het schept alleen maar helderheid als mensen heel precies aangeven wat hun standpunten zijn. Wat onverstandig is, is dat mensen elkaar gaan verketteren en steeds luider gaan roepen dat anderen niet deugen. Dat moet je zo veel mogelijk tegengaan.”

U staat bekend als een man van gematigdheid die nadruk legt op dialoog en in het debat de nuance zoekt. Dat leidt ertoe dat u ter rechterzijde van het politieke spectrum wordt uitgemaakt voor…

Wijzend naar zijn kop thee: „…theedrinker. Softie.”

Wat doet dat met u?

„Het kan me niet zo veel schelen. Als het gaat om het theedrinken: er zit iets veroordelends in. Zo van: al dat gedoe helpt helemaal niet. Ik denk dat het wel degelijk helpt. Alleen, het is de helft van het verhaal. Ik vind dat je niet alleen moet binden, maar ook moet optreden. Dat doe ik dan ook. Er zijn mensen die dat niet willen zien. Nou, dan zien ze het maar niet.

Toen ik zei dat ik de boel bij elkaar wil houden, werd er buitengewoon meesmuilend gereageerd. Af en toe gebeurt het dat iemand me vraagt: Daar heb je zeker wel spijt van? Geen sprake van, zeg ik dan. Dat is nog steeds de belangrijkste opgave die er is. Dus als mensen er kritiek op hebben, zeg ik: Prima, maar ik ben het niet met je eens.

Dat beeld van softie: op het gebied van veiligheid heb ik de afgelopen jaren forse maatregelen ingevoerd, maatregelen waarvan mensen denken: heeft híj die genomen? Ja, die heb ík genomen.

Met zo veel mensen samenleven op zo’n klein stukje grond – dat vraagt om een goed beleid met duidelijke grenzen. Natuurlijk worden die dagelijks overschreden en worden er nog steeds mensen uit buurten weggepest; dat vind ik vreselijk en ik vind dat dat zo veel mogelijk moet worden voorkomen, maar ik heb ze niet alle 750.000 aan een touwtje.”

U bent een van de eerste bestuurders die religie op de agenda van het politieke debat hebben geplaatst omdat zij volgens u een belangrijk bindmiddel is. Vanwaar?

„Kort na de aanslagen in 2001 ben ik op het spoor van religie gezet, onder meer door een bezoek aan een zondagse bijeenkomst van een evangelische broedergemeente in Amsterdam-Oost. Toen ik die kerk bomvol Antilliaanse en Surinaamse Nederlanders zag, besefte ik hoe belangrijk de kerk voor mensen is en hoezeer zo’n gemeenschap een ankerplaats kan zijn voor hen die uit een heel ander werelddeel hierheen komen en niet veel meer dan hun geloof meenemen. Zij vinden er een eigen plekje en kunnen vanuit die vertrouwde context hun plaats bepalen in een nieuwe wereld.”

U bepleit meer ruimte voor religie. Liberalen zijn bang dat u daarmee de klok van het vooruitgangs-geloof terugzet.

„Liberalen zeggen: Geloven is prachtig, maar doe het maar achter je voordeur. Dat vind ik niet. Waarom zou de een zijn standpunt wel mogen uitdragen en de ander niet? Wie bepaalde opvattingen heeft, mag ze in de publieke ruimte tot uiting brengen, mits dat niet ten koste gaat van anderen.”

Door zo mild te spreken over religie zou u extremistische krachten onbedoeld de ruimte bieden. Zo ontstaan er hoe langer hoe meer islamitische wijken waarin de sharia de norm aangeeft.

„In de eerste plaats: ik zie er niet zo veel van, om niet te zeggen: niets. In de tweede plaats: islamitisch recht heeft niets van doen met Nederlands recht. En alleen met het laatste hebben wij in dit land te maken.”

„Neem het islamitisch huwelijk. Ik ga er zowel praktisch als principieel mee om. Als mensen gaan samenwonen en dat op een manier doen die het beste bij hen past, is dat hun zaak. Dat moeten zij helemaal zelf weten. Dat is de praktische kant van het verhaal. Maar het principiële is dat de vorm van samenwonen wel binnen de grenzen van het Nederlands recht moet blijven. Zo niet, dan moet er worden opgetreden.”

Is religie een obstakel op de weg naar vooruitgang?

Klik hier!

„Dat kan, maar dat hoeft niet. De extremistische islam is zonder enige twijfel een groot gevaar.

Tegelijkertijd zijn er vormen van de islam waarvan wel degelijk een positieve invloed op de samenleving kan uitgaan. Ik denk aan de gastvrijheid waarmee moslims rond ramadan hun huis openzetten voor anderen. Dat vind ik altijd weer indrukwekkend.”

Islamcritici vinden dat u te luchtig over de islamisering van Nederland doet.

„Dat mogen zij vinden.”

U zou de risico’s van islamisering onderschatten.

„Nou, dat denk ik dus niet. Wat ik zie is dat de meeste moslims in het Westen niet altijd even veel aan hun geloof doen. Mensen zijn hier niet komen wonen om de islam te verbreiden, maar om de eenvoudige reden dat zij graag een goed leven willen leiden.

Natuurlijk, er zijn mensen die een radicaliserende kant opgaan. Voor hen hebben wij speciale programma’s ontwikkeld. Of we daarmee succesvol zijn? Dat is moeilijk te zeggen. Je weet niet wat je niet weet. Wat we wel weten, is dat we er in een flink aantal gevallen in zijn geslaagd jongeren weg te krijgen van zeer extreme vormen van de islam.”

U heeft zich sinds uw aantreden als burgemeester meer dan ooit verdiept in religie. Heeft dat wat u hebt gezien en gehoord u ook persoonlijk geraakt?

„Niet in de zin waarop u doelt. Ik kijk er altijd met een zekere verbazing naar.”

Verbazing?

„Omdat ik zelf niets met het geloof heb. Maar ik zie dat andere mensen er hun houvast wel in vinden. Dan denk ik altijd: Het lijkt me heel prettig voor hen.

We delen dezelfde vragen. Over goed en kwaad. Over vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Wie ben ik? Waar hoor ik bij? Hoe zit het leven in elkaar? Ik merk de afgelopen jaren dat ik mij meer thuisvoel in de humanistische traditie dan in de religieuze. Ik zoek de antwoorden veel meer in de mens zelf.”

Waarop komt wat u betreft de zin van het leven neer?

„O, daar heb ik helemaal geen idee van.”

Heeft het wel zin om erover na te denken?

„Ik begrijp dat mensen ermee bezig zijn. Maar u merkt: ik ben nog niet bij het begin van een antwoord gekomen. Ik ben vooral pragmatisch ingesteld. Als het even kan: met de voeten op de grond. Ik probeer mijn leven op een zo goed mogelijke manier te leven. Dat betekent voor mij: probeer er te zijn, niet alleen voor jezelf, maar ook voor de mensen om je heen.”


Levensloop

Marius Job Cohen (1947, Haarlem) groeide op in Heemstede. Na het volgen van het voortgezet onderwijs aan het Stedelijk Gymnasium te Haarlem studeerde hij Nederlands recht in Groningen.

Cohen mag zich driemaal doctor noemen: in 1981 promoveerde hij aan de Rijksuniversiteit Leiden, in 2007 en in 2008 kreeg hij een eredoctoraat van respectievelijk de University of Windsor (Canada) en de Radboud Universiteit Nijmegen. Cohen was van 1983 tot 1993 en van 1995 tot 1998 hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Limburg. Vijf jaar lang was hij er tevens rector magnificus.

Voor de PvdA kwam Cohen tussentijds in het kabinet-Lubbers III, van 1993 tot 1994. Hij was staatssecretaris voor het hoger onderwijs. Van 1998 tot 2001 was hij staatssecretaris van Justitie in het kabinet Kok-II. Bij de verkiezingen van 2003 werd hij genoemd als kandidaat voor het premierschap.

Cohen is per 15 januari 2001 burgemeester van Amsterdam. Als hoogtepunt in zijn loopbaan geldt de sluiting van het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima in 2002, als dieptepunt de moord op Theo van Gogh in 2004. In 2006 werd hij genomineerd voor de World Mayor Award, een prijs voor ’s werelds beste burgemeester. Hij eindigde op de tweede plaats.

Over zijn visie op integratie liet Cohen zich meer dan eens uit in toespraken en lezingen. De belangrijkste daarvan zijn gebundeld in ”Binden”. Het boek verscheen vorige maand bij uitgeverij Bert Bakker.

 Het is de taak van de wetenschap om in het debat over de islam niet alleen de extreme, maar ook de gematigde islam naar voren te laten komen

Het maatschappelijk en politiek debat over de islam heeft een grote vlucht genomen na de aanslagen van 11 september 2001. De worsteling met deze thematiek is in Nederland versterkt door Pim Fortuyn en de moord op Theo van Gogh, nu bijna vijf jaar geleden. In dat debat vallen mij een aantal bijzonderheden op.

Terrorisme

In de eerste plaats ligt de focus bijna uitsluitend op fundamentalistische, of streng orthodoxe varianten van de islam. De aandacht gaat uit naar het gevreesde terrorisme, de geradicaliseerde jihad en geweldprediking. Zonder enige twijfel moet de samenleving zich daartegen wapenen en dat gebeurt ook.

Maar geeft die focus een getrouw beeld van wat de islam en de moslimwereld voorstellen? Als niet-kenner denk ik dat iedere grote godsdienst, dus ook de islam, vele kamers kent. En dat blijft in het debat sterk onderbelicht.

In de tweede plaats constateer ik dat er in de discussie vaak sprake is van een vermenging van ‘de islam’ met maatschappelijke problemen als criminaliteit, overlast en sociale misstanden.

Associatie
Niet de doorsnee moslim die hier leeft en werkt, bepaalt het beeld als het gaat over religie in de openbare ruimte. Nee, de associatie is er eerder een waarbij het bewijs van het gebrek aan integratie van moslims gevonden wordt in het criminele gedrag van jonge Marokkaanse jongens.

Ten onrechte wordt zo, bewust of onbewust, een verbinding gelegd tussen islam en criminaliteit, waarbij op de achtergrond de dreiging van terrorisme speelt.

Tenslotte valt mij op dat wetenschappelijke kennis en inzichten van de islam en de moslimwereld opvallend weinig aan bod komen in de meningsvorming. Ik vind dat een tekortkoming. Met haar pretentie van objectiviteit en waarheidsvinding mag de wetenschap in staat worden geacht om orde te brengen in dit debat.

Zeker in ons land, waar op het gebied van islam en moslimwereld sinds jaar en dag aanzienlijke wetenschappelijke expertise aanwezig is, moet dat mogelijk zijn. In dat opzicht zijn islam en moslimwereld géén nieuwe verschijnselen in de westerse samenlevingen.

Evenwichtiger
De wetenschap heeft hier uitdrukkelijk een taak en zou zich mede ten doel moeten stellen al die verschillende opvattingen en inzichten die er in en over de moslimwereld bestaan, nadrukkelijk over het voetlicht te brengen, zodat het maatschappelijk debat evenwichtiger wordt.

Ten onrechte wordt zo, bewust of onbewust, een verbinding gelegd tussen islam en criminaliteit
Nu valt ‘de wetenschap’ er als het ware tussenuit.

Een exemplarisch voorbeeld hiervan is de wijze waarop is omgegaan met het werk van John Esposito en Dalia Mogahed. Aan hun boek Wie spreekt er namens de islam – wat een miljard moslims werkelijk vinden, liggen jaren van onderzoek en raadpleging van duizenden moslims  in vele landen ten grondslag. Het is met recht een eyeopener, waarin de variëteit die de moslimwereld kenmerkt tot uitdrukking komt.

Doordringen
Ondanks doorwrochte recensies in de geschreven media, waaronder de Volkskrant (Cicero, 17 oktober 2008), is het boek door de publieke opiniemakers genegeerd. Mede daardoor is het nauwelijks tot politici en andere beleidsmakers doorgedrongen.

Dat de wetenschappelijke kennis onvoldoende tot politiek en media doordringt, lijkt mij overigens zeker niet alleen een zaak van politici en journalisten, maar ook één die de wetenschap zich moet aantrekken.

Het belang van deelname aan het maatschappelijk debat wordt niet altijd gezien als de corebusiness van de universiteit. Wetenschappers hebben hier een maatschappelijke taak waartoe ik hen met klem oproep.

Vragen
Vragen die ik beantwoord zou willen zien, zijn de volgende. Welke observaties bestaan er over de juistheid van de beelden die hier van islam en moslimgemeenschappen bestaan? Is de islam werkelijk een gewelddadige religie? Wat betekent het dat Nederland islamiseert? Is dat zo? Wat zijn daarvan de consequenties? Levert het gevaren op? Of kan het bijdragen aan de ontwikkeling van onze samenleving? Verdraagt de islam zich met de democratische rechtsstaat?

En ten slotte: Hoe willen moslims in Nederland leven? Wat vinden zij belangrijk? Waar liggen hun loyaliteiten? Bestaan daar gegevens over? De wetenschap heeft bij uitstek de kans óók de stem van de ‘gewone, hardwerkende moslim’ in het maatschappelijke debat over het voetlicht te brengen. Dat inzicht is de wetenschap aan iedereen in onze samenleving verschuldigd.

 

Dit is een bewerkte versie van de toespraak die hij gisteren hield op de openingsconferentie van het Leiden University Centre for the Study of Islam and Society (LUCIS).

""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""

Dames en heren,

Het is mij een groot genoegen hier te spreken bij de opening van het LUCIS, het Leiden University Centre for the Study of Islam and Society, ontstaan na de deconfiture van het ISIM. Het ISIM was een mooi initiatief van OCW en vier universiteiten om de verzamelde kennis over islam en moslimwereld dat bij deze verschillende universiteiten aanwezig is, bij elkaar te brengen en te versterken.

Ik vond dat een belangrijk initiatief, omdat het zo goed paste in de maatschappelijke context van ons land. Toen die organisatievorm na tien jaar niet meer levensvatbaar was - helaas, zeg ik erbij - heeft men snel nieuwe vormen gezocht, en gevonden. Naast de oprichting van ISIS, een landelijke onderzoekschool voor islam-studies, met steun van OCW, hebben maar liefst zeven universiteiten hun eigen islam-studies. In Leiden zijn die het meest zichtbaar verenigd in LUCIS.  Leiden heeft vanouds een forse concentratie van kennis op dit terrein, dus ik hoop dat wij daar allen nog veel profijt van te hebben.

De in het afgelopen decennium toegenomen belangstelling voor de islam heeft rechtstreeks te maken met de gebeurtenissen van 11 september 2001, de terroristische aanslagen van Al Qaida op de Twin Towers in New York en het gebouw van het Pentagon in Washington.

Sindsdien zijn er meer terroristische aanslagen gepleegd waarbij de daders zich geafficheerd hebben als aanhangers van wat zij als de ware islam zien. Aanslagen over de hele wereld: Bali, Istanbul, Casablanca, Hurghada, Madrid, Londen, Bombay – om maar de bekendste te noemen – met vele moslim- en niet-moslim doden tot gevolg. In de nasleep van 11 september 2001 hebben de Verenigde Staten met steun van troepen uit de hele wereld, waaronder Nederland, oorlogen gevoerd in Irak en Afghanistan – met hier naar schatting meer dan honderdduizend doden tot gevolg, de meesten daarvan burgerdoden.

Naar aanleiding hiervan schrijven John Esposito en Dalia Mogahed (vanmiddag ook hier aanwezig)  in de inleiding op hun boek “Wie spreekt er namens de Islam – wat een miljard moslims werkelijk denken” het volgende:

“Terwijl we proberen om te gaan met deze brute daden in een wereld die steeds gevaarlijker wordt en oncontroleerbaarder lijkt, worden we overspoeld door analyses van terrorisme-experts en andere deskundigen die de islam de schuld geven van het wereldwijde terrorisme.

Tegelijkertijd proberen terroristische groeperingen zoals Al Qaida hun boodschap de wereld in te sturen; ze demoniseren het Westen als vijand van de islam en voor alles wat er mis gaat in de moslimwereld wordt het Westen verantwoordelijk gehouden.

Er is sprake van een retoriek van haat en toenemend geweld, die zich manifesteert als anti-Amerikanisme in de moslimwereld en als islamofobie in het Westen. Ondertussen neemt de discriminatie van, en vijandigheid jegens de islam enorm toe. In de nasleep van 11 september 2001 benadrukte president George W. Bush dat Amerika oorlog voerde tegen het terrorisme en niet tegen de islam.

Maar de emoties laaien steeds hoger op en percepties worden verwrongen, als gevolg van de aanhoudende terreurdaden van een kleine minderheid, de uitspraken van haatzaaiers (zowel moslims als christenen), talkshowpresentatoren die ofwel anti-moslim of anti-westers zijn en politieke commentatoren. De islam en de gematigde meerderheid van moslims worden gelijkgeschakeld aan de opvattingen en daden van een extremistische minderheid.”
Einde citaat.

Het is een betoog dat ook in Nederland herkenbaar is. Ook voor Nederland is in dit verband 11 september 2001 een belangrijke datum. Sindsdien hebben wij de opkomst van en de moord op Pim Fortuyn meegemaakt, en daarna, in dit verband een cruciale factor, de moord op Theo van Gogh, nu bijna vijf jaar geleden, door een islamitische extremist.
Ook wij staan voor de vraag hoe hiermee om te gaan.

De openingsconferentie van het LUCIS heeft als titel: “Islam, wetenschap en beleid”.
Die titel verwoordt kernachtig wat idealiter de juiste volgorde is als we het in onze samenleving hebben over de islam.

Eerst komt de vraag: wat is er te weten en te zeggen over de islam in zijn volle diversiteit:  de islam als godsdienst, als politieke factor, als sociaal, cultureel en historisch verschijnsel, als poëtische inspiratiebron, als ….. vul maar in.  Die vraag is zodanig omvangrijk, de invalshoeken van het onderwerp zodanig divers, de opvattingen daarover zodanig uiteenlopend, dat wetenschappelijke beschouwingen over al die vragen en invalshoeken meer dan behulpzaam zijn.

Vandaar het belang van het tweede begrip uit de titel van de conferentie van vandaag: wetenschap. Wat heeft de wetenschap ons te vertellen over de islam, over de moslimwereld, en de leefwereld van hedendaagse moslims in Nederland, Europa en al die andere landen waarin moslims leven en al dan niet de meerderheid vormen, opnieuw in zijn volle diversiteit?

Immers, de wetenschap, met haar pretentie van objectiviteit en waarheid, moet in staat worden geacht om hier enige orde te brengen. En dat kan de wetenschap ook, en zeker ook de wetenschap zoals die in ons land sinds jaar en dag wordt beoefend. Want in dat opzicht zijn islam en moslimwereld géén nieuwe verschijnselen in onze Westerse samenlevingen, waar “we niets van af weten”. In de loop der jaren en zelfs eeuwen is er aan de Nederlandse universiteiten heel veel aandacht besteed aan de diverse aspecten van de moslimwereld en de islam, en zeker hier in Leiden.

En daarmee ben ik aangekomen bij het derde begrip uit de titel van deze conferentie. De kennis en de inzichten die de wetenschap heeft ontwikkeld, moeten breder worden verspreid en benut bij het formuleren van politiek en maatschappelijk beleid.

Het lijkt mij dat de huidige maatschappelijke en politieke discussie over de islam en moslims in ons land zich niet veel van deze drieslag aantrekt. Met andere woorden, ik denk dat al die verschillende opvattingen en inzichten die er in en over de moslimwereld bestaan, onvoldoende over het voetlicht komen en dat er daardoor in het maatschappelijke debat veel te weinig rekening mee wordt gehouden.

“De wetenschap” valt er als het ware tussenuit. Om die stelling van enige argumentatie te voorzien, wil ik wijzen op het eerder genoemde werk van Esposito en Mogahed “Wie spreekt er namens de Islam– wat een miljard moslims werkelijk vinden”, in 2008 door uitgeverij De Wereld in het Nederlands uitgebracht. 

Een boek waar jarenlang onderzoek en raadpleging van duizenden moslims van diverse pluimage in diverse landen aan ten grondslag ligt en waarin de variëteit die de moslimwereld kenmerkt, tot uitdrukking komt, en dus niet alleen maar de extremen die in het huidige discours de boventoon voeren. Een boek dat ondanks de goede recensies in de geschreven media, genegeerd is door de publieke opiniemakers en dat misschien mede daardoor nauwelijks tot politici en andere beleidsmakers is doorgedrongen.

Dat de wetenschappelijke kennis niet tot politiek en de media doordringt lijkt mij overigens niet alleen een zaak van politici en journalisten, maar ook één die de wetenschap zich zelve moet aantrekken.

Dat is dus één van de dringende vragen die ik aan het LUCIS stel. Zorg ervoor dat de wetenschappelijke kennis en inzichten niet binnen de wetenschappelijke wereld blijven, en doe uw uiterste best om die inzichten werkelijk een rol te laten spelen in het maatschappelijke discours.

Als oud-rector van een universiteit weet ik dat ik mij nu meng in het oude debat over de vraag of dat wel de taak van de academie is. Maar als burgemeester van Amsterdam, waar het debat over de islam een onderstroom in de discussie is geworden, vind ik dat de wetenschap zich in hoge mate moet inspannen om midden in dat debat te komen. Ik weet het, het wordt niet altijd gezien als de core-business van de universiteit, maar dat is het wel. De universiteiten hebben hier een maatschappelijke taak.

Als ik het maatschappelijke debat over islam en moslims zoals het nu gevoerd wordt overzie, dan vallen mij de volgende kenmerken op.

In de eerste plaats ligt de focus vaak op radicale, fundamentalistische of streng orthodoxe varianten van de islam, op het daarmee samenhangende gevreesde terrorisme, op de geradicaliseerde jihad, op geweldpleging en geweldprediking. Zonder enige twijfel zijn dit kwesties –gegeven de gepleegde aanslagen en de angst die zij aldus doelbewust veroorzaken- waartegen de samenleving zich wil en moet wapenen en dat gebeurt ook.

Maar: geeft die focus nu een getrouw beeld van wat islam en moslimwereld voorstellen? Als niet-kenner denk ik dan: dat kan niet waar zijn. Zoals iedere grote godsdienst moet òòk de islam vele kamers kennen – en, ik herhaal het nog maar een keer, een boek als van Esposito en Mogahed geeft veel voedsel voor die laatste stelling.

In de tweede plaats constateer ik dat er in de discussie nogal eens sprake is van een vermenging van islam en kwesties als criminaliteit, overlast en sociale misstanden. Interessant voorbeeld hiervan was een vraag die mij in het programma Pauw en Witteman van 23 september jl. werd voorgelegd. Het programma zou gaan over mijn zojuist gepubliceerde boek “Binden”, waarin lezingen die ik de afgelopen jaren heb gehouden, zijn gebundeld, waaronder enkele over de plaats van religie in het publieke domein.

Daarover, zo werd de vraag ingeleid, zou het gaan – waarna een filmpje werd vertoond, waarin ik zei dat problemen die ambulancepersoneel bij hun werk ondervonden, vaak te maken hadden met Amsterdammers van Marokkaanse afkomst. Dat had dus helemaal niets met religie, en zeker niet met islam of moslims te maken, zoals, Paul Witteman na enige discussie snel toegaf. Maar die vermenging zat dus voorin zijn bewustzijn.

Kortom: ik zou vandaag gebruik willen maken van deze conferentie, van de aanwezigheid van vele wetenschappers èn van de aanwezigheid van vertegenwoordigers van de media, voor een oproep om de opvattingen die in Nederland de openbare meningsvorming over islam, moslims en moslimgemeenschappen bepalen, te toetsen aan wetenschappelijke inzichten.

Wat kan de wetenschap bijvoorbeeld zeggen over de juistheid van de volgende beelden die hier van islam en moslimgemeenschappen bestaan?
-    De islam is een gewelddadige religie,  
-    Nederland islamiseert, wat betekent dat precies? Is het waar? Zo ja, wat zijn de consequenties daarvan? Levert het gevaren op? Of kan het bijdragen aan de ontwikkeling van onze samenleving?
 - Is het waar dat (ook internationaal) de extremistische varianten van de islam oprukken?
- Is de islam onveranderlijk en dus een “achterlijke” godsdienst, een godsdienst die niet past in de ontwikkelingen die de afgelopen eeuwen in het westen hebben plaats gevonden? En zou daarom ook ‘de’ moslimwereld – of grote delen daarvan -  als onveranderlijk, of achterlijk zijn te beschouwen?
- Verdraagt de islam zich met een westerse democratische rechtstaat, of ruimer: kan een moslimland democratisch zijn?

Daarnaast zijn er twee andere vragen die ik graag voorleg.

De eerste sluit aan op het boek van Esposito en Mogahed: wat willen moslims in Nederland als het gaat om hun participatie en integratie in de Nederlandse samenleving? Want wat weten wij daarvan? De stem van ‘gewone’ moslims (de gewone hardwerkende moslim, om in het jargon te blijven) komt in het maatschappelijke debat weinig voor het voetlicht. Wij horen nogal eens radicale uitspraken, en er wordt veel gesproken over moslims, maar biedt dat nu een goed inzicht in wat er in doorsnee onder moslims in onze samenleving leeft?

De tweede vraag neemt als uitgangspunt dat Nederland een flink aantal migranten heeft uit landen met grote moslimgemeenschappen zoals Marokko, Turkije en Suriname; dat geldt in ieder geval voor de grote steden. Zijn er in die landen van herkomst belangrijke trends op het gebied van de islam waarmee wij in Nederland rekening moeten houden?

Dames en heren,
Dat zijn de onderwerpen waarvan ik zou hopen dat het LUCIS zich ermee gaat bezighouden. En, ik zei het al, ik zou hopen, dat disseminatie van kennis en inzicht ten behoeve van het maatschappelijke discours een apart punt van aandacht zal zijn. Dat is niet alleen van belang voor dat maatschappelijke debat, maar minstens evenzeer voor de kans op succes van LUCIS.
En ik hoop dat LUCIS een succes wordt. Dat wens ik u dan ook in hoge mate toe.

Job Cohen is burgemeester van Amsterdam

 http://www.parool.nl/parool/nl/5/POLITIEK/article/detail/265951/2009/10/30/Van-Gogh-5-jaar-na-de-moord-deel-4.dhtml

Van Gogh: 5 jaar na de moord, deel 4

Burgemeester Cohen op 2 november 2004 op de Dam in Amsterdam, als hij duizenden mensen toespreekt die zich daar hebben verzameld om de vermoorde filmmaker Theo van Gogh te herdenken. Foto ANP

Op 2 november 2004 werd Theo van Gogh vermoord. Vijf jaar later zijn we 'sadder and wiser', zegt burgemeester Job Cohen. Deel 4 van een serie.

Een 'hogesnelheidstrein die ineens optrekt', zo herinnert Cohen zich de gebeurtenissen van 2 november 2004 en de tijd daarna. Cohen moest optreden als 'burgervader', oog houden op de veiligheid in de stad en hij kreeg zelf persoonsbeveiliging. ''Dat vond ik heel vervelend.''

En er was nog iets. ''Er kwam een storm van kritiek op mijn beleid, maar ik was het daar echt niet mee eens. Ik dacht: ik ga door op de manier waarop ik bezig ben. Dat kostte ook niet zoveel moeite, omdat ik er heilig van overtuigd was en ben dat de weg die ik insloeg, de beste was. Ik kon helemaal niet anders. Dan is het prettig dat er later mensen zijn die het daarmee eens zijn.''

Maar niet iedereen schaarde zich achter Cohen. De 'vrienden van Theo' manifesteerden zich in woord en geschrift en sommigen doen dat nog steeds. Het is een groep waar Cohen heel weinig contact mee heeft. ''Zoals ik daarvoor ook weinig contact met hen had. Ik heb daar ook niet zoveel behoefte aan. Waarom zou ik? Omdat ze vrienden van Van Gogh zijn? Ik lees wel wat ze van me vinden. Dat staat hun uiteraard vrij. Maar voor een dialoog moet je het idee hebben dat die zin heeft. Deze mensen hebben dat signaal nooit afgegeven.''

Vijf jaar na dato is de aandacht voor de moord beperkt, constateert Cohen. Er is geen herdenking. ''We hebben wel her en der rondgevraagd of daar behoefte aan was, en die was er niet erg. Vanuit de pers is er ook niet zo veel belangstelling.''

Toch was de moord 'een markeringspunt' voor de stad, aldus Cohen. Onmiddellijk na de moord werden allerlei activiteiten ontwikkeld om herhaling, zo mogelijk, te voorkomen. De gemeente ging radicalisering niet alleen onderzoeken maar probeert die ook tegen te gaan. ''We zijn veel meer te weten gekomen, vooral over de extreme islam. Het programma om radicalisering te bestrijden is redelijk succesvol. Of aanslagen acuut zijn voorkomen, weet je nooit. Wel weten we beter wat er omgaat in dergelijke groepen en daar krijgen we signalen over. We zijn erin geslaagd in een aantal gevallen mensen die die kant op dreigden te gaan, weer op het goede spoor te krijgen. Er is nationaal en internationaal veel aandacht voor die aanpak en Amsterdam geldt echt als voorbeeld.''

Al met al is Cohen tevreden over wat op dat vlak bereikt is. ''Ik heb het gevoel dat we er meer grip op hebben, met dien verstande dat je nooit kunt uitsluiten dat er iets gebeurt. De informatiepositie en de instrumenten die we hebben ontwikkeld, hebben de risico's ingedamd.''

Een ander initiatief onder de vlag van Wij Amsterdammers was gericht op de vergroting van de sociale cohesie. Zo kwamen er bijvoorbeeld de Stadsspelen en de soap op AT5, Westside. Als aparte organisatie houdt Wij Amsterdammers op te bestaan. ''Dat moet op een gegeven moment. Ik denk dat het heel goed is geweest. Het gevoel van urgentie is minder geworden, en dat is ook terecht.''

Het plan om een islamitisch cultuurcentrum op te richten hoort ook in die reeks post-Van Goghinitiatieven. Maar het kwam niet van de grond. Na het fiasco met Marhaba, waar veel over gepraat werd maar dat niet levensvatbaar was, geeft Cohen dat idee niet op. Het college is er nog mee bezig, bijna twee jaar nadat de plannen zijn gestrand.

''We zijn ons bewust dat als we met een initiatief komen, dat goed moet zijn. Het kan niet nog een keer fout gaan. Er is een fiks deel van de Amsterdammers dat de islam aanhangt. Er is daarom wat voor te zeggen om zo'n centrum te hebben. Om te laten zien dat ze erbij horen en om uitwisseling van ideeën en kennis mogelijk te maken. We komen er mee naar buiten als het verhaal goed is. Niet eerder en ook niet later.''

Het debat is verscherpt en het klimaat is verscherpt na de moord, zegt Cohen. Maar in Amsterdam was dat toch minder dan in de rest van het land.

''Hoe dat kan, weet ik niet precies. Waar mensen dagelijks met elkaar omgaan, zie je dat het op een of andere manier gemakkelijker gaat.  Multiculturaliteit hoort toch bij het dna van de stad. Juist in delen van het land die weinig multicultureel zijn, bestaat op dit punt nogal wat onvrede.''

Ook in de stad zijn er wel verschillen. ''Noord is een gebied waar de multiculturaliteit niet ontzettend is doorgedrongen.'' En hij noemt Nieuw-West, met de bekende problemen. ''Kijk hoe Marcouch daar bezig is.''

Tijdens bezoeken aan het buitenland komt de moord amper meer ter sprake. ''Amsterdam heeft in het buitenland nog steeds de naam van de wonderlijke, vrije stad waar zoveel kan. Het imago van Amsterdam is nog beter dan we zelf vaak beseffen. De moord is bekend, maar mensen zien ook de manier waarop er op is gereageerd. Dit is ook niet het enige dat er ooit is gebeurd in Amsterdam.''

Als hij de balans opmaakt, doet hij dat met de hem kenmerkende nuance. ''Het was vreselijk, de wereld is veranderd, er zit onrust in de samenleving. Maar we kunnen er naar mijn gevoel beter mee omgaan. We zijn sadder and wiser. Moslims zijn weerbaarder geworden, wat duidelijk werd in de reacties op de film Fitna van Geert Wilders. We hebben de risico's ingedamd en zijn minder kwetsbaar, met de restrictie dat er ieder moment iets kan gebeuren. Dan heb je kans dat de vlam in de pan slaat. Maar dat is altijd zo.'' (ADDIE SCHULTE)

30-10-09 16:49

 

Toespraken burgemeester Cohen 

Ingrid Breed
De volledige tekst van de toespraak van burgemeester Cohen bij de herdenkingsbijeenkomst voor Theo van Gogh op de Dam, 2 november 2004

Er is vandaag een Amsterdammer vermoord. Afschuw en verbijstering over deze daad vervullen ons. Daarom zijn wij hier samen op de Dam – symbool van onze vrijheid - om hier luid en duidelijk te zeggen wat wij vinden van deze laffe en gruwelijke moord.

Zoals wij hier zijn, verschillen wij van elkaar op allerlei manieren, maar wij zijn één in onze woede en in ons verdriet. Eén in onze overtuiging dat de vrijheid om te zeggen wat je vindt een fundament is van onze samenleving. Aan dat fundament is getornd. Van Gogh is de mond gesnoerd, het zwijgen opgelegd.

Er is sprake van een grove schending van de normen die wij in Amsterdam, en dat geldt voor ons allemaal, wie we ook zijn en waar wij ook vandaan komen, in ons  onderlinge verkeer hoog hebben te houden en die nodig zijn voor een behoorlijk samenleven in de stad. Wij beslechten verschillen van opvatting door overleg, door de pen en in laatste instantie voor de rechter. Niet door het recht in eigen hand te nemen. Dat accepteren wij niet.

Alle mensen in Nederland, in Amsterdam, mogen binnen de grenzen van de wet zeggen en schrijven wat zij willen. Dat behoort tot de wortels van onze rechtstaat. Theo van Gogh maakte van het recht op vrije meningsuiting als schrijver en cineast vrijmoedig gebruik. Hij maakte met veel mensen ruzie, ook met mij. Dat mág in dit land.

Tegelijkertijd stond hij pal voor het recht van anderen om het met hem oneens te zijn. Hij handelde in de geest van Voltaire van wie de volgende uitspraak vaak wordt aangehaald: “Ik ben het in alles wat u zegt met u oneens, maar ik zal blijven strijden voor uw recht het te mogen zeggen.”

Om daarvoor te blijven strijden, zijn wij hier bijeen: niet in stilte, maar oorverdovend.

 

 

Toespraak van burgemeester Job Cohen naar aanleiding van de moord op Theo van Gogh op woensdag 3 november 2004 in de gemeenteraad van Amsterdam

29 oktober 2007
 - 
Ingrid Breed

Geachte leden van de raad,

Gisterenochtend werd Theo van Gogh vermoord. Een laffe daad die woede oproept, afschuw en verbijstering. Een daad die de vrijheid van meningsuiting in dit land, in onze stad heeft aangetast.

Gisteren heeft de driehoek een persconferentie gehouden waarin ik als burgemeester een eerste reactie heb gegeven over dit verschrikkelijke feit. Ook heb ik alle Amsterdammers opgeroepen het hoofd koel te houden en om naar de Dam te komen om daar onze gevoelens van afschuw, met veel kabaal te uiten. Om daar op de Dam, symbool van onze vrijheid, luid en duidelijk uit te spreken dat onze vrijheid van meningsuiting niet mag worden beperkt door dit soort geweld.

Gisteren hebben leden van uw raad in groten getale aan deze oproep gehoor gegeven. En met u vele duizenden anderen zoals u hebt kunnen zien en horen.

Vandaag sta ik voor u en herhaal wat ik gisteren op de Dam heb gezegd: deze moordaanslag raakt aan de fundamenten van onze samenleving. Op grove wijze zijn de normen geschonden die we in Amsterdam, en dat geldt voor ons allemaal, wie we ook zijn en waar we ook vandaan komen, in de omgang met elkaar hebben hoog te houden willen wij op een fatsoenlijke en vreedzame manier met elkaar leven.

Dat samenleven staat onder druk. Zoveel is, als we dat al niet wisten, wel duidelijk geworden als we niet alleen kijken naar de moord op Van Gogh, maar vooral op de reacties daarop. “Tot hier en niet verder” dat is wat je overal hoort. En het doet verschrikkelijke pijn te beseffen dat dit niet alleen een reactie is vanwege het vrije woord dat geschonden is.

Nee, het is evenzeer een uiting van haat en angst. Haat en angst tussen bevolkingsgroepen in onze stad. Haat en angst tussen Nederlanders en Marokkanen – ja, laat ik eens een keer generaliseren en uitspreken wat velen in deze stad denken en voelen. Haat en angst aan beide kanten, over een weer. Want als u denkt dat alleen “de Nederlanders” bang zijn, dan kan ik u verzekeren dat het niet zo is. Ook “de Marokkanen” zijn bang. Haat en angst die niet alleen door locale omstandigheden wordt gevoed, maar ook wortelen in de situatie waarin we ons in de gehele wereld bevinden na de terroristische aanslagen van 11 september 2001. Helaas is de dreiging van terreur door de fundamentalistische, politieke islam ook in ons land te dichtbij gekomen.

Goed, en waar ik het met u vandaag over wil hebben is of u het met me eens bent, of wij het met elkaar eens zijn dat haat en angst tussen bevolkingsgroepen geen zaak is die we in Amsterdam moeten hebben. En als u het hiermee eens bent, dan is de vraag die ik stel wat wij met zijn allen eraan gaan doen. En als ik wij zeg dan richt ik me niet alleen tot u, leden van de gemeenteraad, maar over uw hoofden heen ook tot alle inwoners van onze stad, Nederlanders, Marokkanen, moslims, christenen, joden of wie dan ook. Ik vraag u: wat gaan we doen? De haat en de angst verder voeden, of die om proberen te buigen naar vertrouwen.

Ik kan u vertellen wat ik ga doen en wat ik aan het doen ben. Ja, de boel bij elkaar houden. Dat weet iedereen. Daar kan men cynisch over doen, maar dat kan me niet schelen.

De boel bij elkaar houden doe je in de eerste plaats door keihard op te treden als daar reden toe is en als er wat gebeurt. En dat doen we in Amsterdam ook, met steun van uw Raad, bijvoorbeeld:

  • bij de Harde Aanpak Jeugd, die in verschillende buurten van de stad wordt toegepast en waardoor honderden jongeren al een traject hebben doorlopen in Den Engh of Glenn Mills
  • door het inzetten van het Van Traa team, zoals dat bijvoorbeeld bij de aanpak van het Kooistra imperium is gebeurd;
  • door het betrekken en samenwerken van alle wethouders van de centrale stad en de stadsdelen bij het uitvoeren van het integrale veiligheidsbeleid. Dit betekent hotspots identificeren, dadergroepen benoemen, de veiligheid in het openbaar vervoer verhogen etc.

Keihard optreden betekent ook accepteren dat er ook in Amsterdam een terroristische aanslag kan plaatsvinden en dat je je daarop als stad moet voorbereiden. Dat is de Vijfhoek ook aan het doen zoals ik u onlangs in een presentatie bij het werkbezoek van de Commissie Algemene Zaken aan de brandweer heb uitgelegd. Het betekent dat de aanpak van terrorisme in Amsterdam prioriteit heeft, in de zin dat de aanpak gericht is op het verkleinen van de kans dat terrorisme zich voordoet, op het beperken van de gevolgen van terrorisme en op het opsporen/vervolgen van daders. Binnenkort zal ik de uitgangspunten voor de aanpak van terrorisme in Amsterdam met u bespreken.

De boel bij elkaar houden door keihard op te treden, ja, maar niet alleen.

De boel bij elkaar houden is in de tweede plaats de dialoog met de stad. Dat doe ik niet alleen, dat doet het hele College. Gesprekken voeren met mensen, groepen, instellingen uit alle geledingen van de samenleving, waar men ook vandaan komt in deze stad met haar meer dan 170 nationaliteiten. Daartoe heb ik hier in uw raad een oproep gedaan na 11 september 2001 en velen van u hebben zich dat aangetrokken.

En ja, bij die gesprekken kom ik ook in moskeeën, ik vind ook dat ik dit moet doen als burgemeester van een stad die meer dan 120.000 moslims telt.

Want wat is het alternatief? Niet meer met de moslims van onze stad praten?  Ze uitsluiten?  De moslims nog verder in de hoek duwen dan ze al zijn? Ik pas daarvoor. Ik ben burgemeester van alle Amsterdammers en ik wil weten wat er in de stad gebeurt. Ik zou willen dat meer Amsterdammers dat deden.

En als dit niet de weg is dan hoor ik graag van u: wat dan wel. Roepen langs de zijlijn is mij te gemakkelijk.

Ja, dames en heren, en dan is de boel bij elkaar houden ook nog eens een keer grenzen stellen en die ook duidelijk markeren. Keer op keer uitleggen dat we in Nederland en in Amsterdam in een rechtsstaat leven waar de vrijheden die in onze Grondwet zijn neergelegd (de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst, de vrijheid van onderwijs om een paar belangrijke vrijheden te noemen) voor eenieder gelden – ja, maar dan ook echt voor iedereen. Gisteren op de Dam heb ik dat met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting nog eens benadrukt.

Het betekent dat je het op scholen moet afstraffen en dat gebeurt ook, als er leerlingen zijn die de moord op Van Gogh afdoen als “een “logisch gevolg van de uitspraken van Van Gogh”. Het betekent dat we keer op keer moeten uitleggen dat we op grond van artikel 1 Grondwet in Nederland en in Amsterdam staan voor de emancipatie van de vrouw, van homoseksuelen. Maar ook dat we indachtig datzelfde artikel 1 van de Grondwet discriminatie en racisme niet pikken en het dus niet goed vinden dat allochtone jongeren vaak bij uitgaansgelegenheden worden geweerd of minder gemakkelijk een baan kunnen vinden. Tegelijkertijd moeten we ons met zijn allen nadrukkelijker afvragen wanneer de vrijheden in onze Grondwet in onvrijheden omslaan, bijvoorbeeld wanneer de vrijheid van meningsuiting omslaat in de vrijheid om te beledigen. Is dat wat we in onze samenleving willen? Remco Campert zei het vanochtend in zijn column in De Volkskrant zo: “de vrijheid van meningsuiting, dat is toch iets anders dan de vrijheid om mensen tot in hun ziel pijn te doen”. Maar ook als dat gebeurt, dan is dat geen enkel excuus voor zo’n laffe moord als waarvan wij getuige zijn geweest.

Laten we de moord op Theo Van Gogh gebruiken om deze fundamentele discussies aan te gaan. Laten we haat en angst proberen om te buigen in vertrouwen.

Dames en heren,

Dan bent u nog benieuwd naar de stand van zaken bij het onderzoek naar de moord op Theo van Gogh.

Zoals u weet is de vermoedelijke dader aangehouden. Een belangrijk feit. De driehoek, in het bijzonder de Hoofdofficier van Justitie, zit bovenop deze zaak en werkt hard aan het onderzoek. Ik vind dat alle informatie die relevant is voor deze zaak en waarover Amsterdam beschikte, moet worden gelegd naast de informatie die op landelijk niveau voor handen was. Dat is vanzelfsprekend een essentiële vraag. Niet alleen voor deze zaak, maar ook met het oog op de toekomst is deze vraag cruciaal voor het waarmaken van de verantwoordelijkheid die de locale driehoek heeft en ook wil nemen.

 Alt/Geneeskunde, Yolngu: Emeritus Professor Dr Ad Borsboom

 

www.vkblog.nl/blog/93412/Terra_Australis

Date: 2009/10/21

Subject: Alt/Geneeskunde, Yolngu: Emeritus Professor Dr Ad Borsboom

http://ididj.freeforums.org/donald-f-thomson-scholar-farmer-advocate-t787.html

In their essays in Donald Thomson: The Man and the Scholar, both Geoffrey Gray and Bain Attwood document his intellectual estrangement from the anthropological establishment. Certainly this rift opened more and more during Thomson's life. But beyond this, his times were awaiting intellectual change. In a seminal essay, anthropologist Ad Borsboom identifies a lacuna that may have been especially intense for Donald. Structural-functionalism, the acclaimed theory of his time, had nothing to say on changes or continuities that lay below the observed categories in which Aboriginal groups were living, even though these were defined by outside authorities. Thomson's field notes made during his work in Arnhem Land offered Borsboom a way of seeing that took the Yolngu structures into account. Thomson was visionary, he concludes. This gave him a sense of Thomson's dilemmas: available theory was inadequate to handle continuity-in-change. Where was he to take his understanding that identities are open-ended and contextual in the face of a theory whose language was exclusively about fixed structures? Levi-Strauss or even Marcel Mauss had not 'arrived' in the anthropological discourse of Thomson's times, and Borsboom contemplates his past colleagues' feelings of silent desperation.

http://www.nma.gov.au/research/centre_for_historical_research/conferences_and_seminars/barks_birds_billabongs/ad_borsboom/

Ad Borsboom

Barks, Birds & Billabongs: Exploring the Legacy of the 1948 American-Australian Scientific Expedition to Arnhem Land. 16-20 November 2009.

Warning: Visitors should be aware that this website includes images and names of deceased people that may cause sadness or distress to Aboriginal and Torres Strait Islander peoples.

 

Emeritus Professor Dr Ad Borsboom

Chair Pacific Studies

Department of Anthropology and Development Studies

Radboud University Nijmegen, The Netherlands

Abstract

Yolngu ways of knowing Country: Insights from the 1948 Expedition to Arnhem Land

The 1948 Arnhem Land Expedition presented vast collections of plant and animal life, including 13,500 plant specimens, 30,000 fish, 850 birds and 460 mammals - all classified according to western categories. In my contribution I will concentrate on Indigenous systems of classification based on my experience with Djinang clans in the Gadji-Djimbi area (west of Ramingining). I attempt to explain how the Yolngu present their knowledge through mythological Dreaming stories involving the travels of ancestors in sequences of songs and choreographed dances. These systems form an impressive reservoir of Indigenous knowledge with which people structure the environment, the time-space axis, and their economic, social and religious life.

Trying to interpret the exact nature of the relationship between an Arnhem Land clan and its Country is a complex venture. The multiple layers of interconnected explanations and meanings (spatial, seasonal, cosmological, economic, social) imply that one cannot just reduce this relationship to basically one of these fields, for example, to the religious or the economic, and consider the other sets of meanings simply as aspects thereof. In this sense the nature of relationships discussed differ from Western notions of land tenure, where indeed one angle, namely the economic, is predominant: land as an asset in a market-oriented environment. To understand the full meaning of this complex, ontological relationship between a clan and its estate in my Arnhem Land example I propose to turn to the older conceptual framework of Mauss' concept of total social phenomena and apply that as an analytical tool. In this model, all kinds of institutions find simultaneous expression: religious, legal, moral, and economic. In addition, the phenomena have their aesthetic aspect and they reveal morphological types. The example to be discussed composes a total social phenomenon and demonstrates that religious, cosmological, economic and social aspects are clearly encoded in Yolngu systems of classification.

Natural species as dreamings, connecting people, environment and the world.

Left: Bream Fish. Right: Praying Mantis. Photos: Ad Borsboom.

Biography

Ad Borsboom is Emeritus Professor Pacific Studies at the Department of Anthropology and Development Studies, Radboud University Nijmegen, The Netherlands. Since 1972, he has conducted fieldwork in Arnhem Land, at first investigating religion and social change. More recently his focus shifted to the construction of local identities in response to the global expansion of political, economic and cultural values, in particular in the case of indigenous people living in modern nation states. It relates to indigenous perceptions of traditions, property rights and religious transformations and the way indigenous peoples in nation states claim various forms of sovereignty.

His writings include a great number of articles in journals, edited volumes such as Cultural Dynamics of Religious Change in Oceania (1997, together with Ton Otto), and the Clan van de Wilde Honing (The Clan of the Wild Honey). His teachings include courses in anthropology at all levels, with emphasis on Pacific and Aboriginal studies. As an expert in Aboriginal studies, he has supervised many theses in this field and has also been a regular guest lecturer at various Dutch and Belgian universities. In 1995 and 2004 he was a Visiting Fellow at the Centre for Aboriginal Economic and Policy Research, ANU, Canberra.

E-mail: a.borsboom@maw.ru.nl

Note: The views expressed in speakers' abstracts are those of the individual contributors and do not necessarily reflect the views of the National Museum of Australia.

<http://www.linkedin.com/in/adborsboom>

emeritus professor at Radboud Universiteit Nijmegen

Nijmegen Area, Netherlands

•Contact Ad Borsboom

•Add Ad Borsboom to your network

Current

•Emeritus Professor at Radboud Universiteit Nijmegen

Past

•Professor at Radboud University Nijmegen

Education

•Radboud Universiteit Nijmegen

•Macquarie University

Connections

13 connections

Industry

Higher Education

--------------------------------------------------------------------------------

Ad Borsboom’s Summary

*Anthropologist; Research area: Aboriginal Australia.

*Chair Pacific Studies Radboud University Nijmegen.

*Teaching experience at all levels in Anthropology.

*Publications for both scientific and general audiences (books, chapters in books, articles), editorials.

*Consultancies and evaluations for government, semi-government bodies and university institutions.

*Training Dutch employees for working in Australia.

*Managerial: Vice-Dean Faculty of Social Science, Radboud University; Chairman Christian Democrats, City of Beuningen, The Netherlands.

*Goals: publishing, training, chairmanship meetings and/or conferences

Ad Borsboom’s Specialties:

publishing, informing, chair

 

--------------------------------------------------------------------------------

Ad Borsboom’s Experience

•Emeritus Professor

Radboud Universiteit Nijmegen

(Educational Institution; E-Learning industry)

May 2007 — Present (2 years 7 months)

 

•Professor

Radboud University Nijmegen

(Educational Institution; Research industry)

March 1975 — May 2007 (32 years 3 months)

Chair Pacific Studies

 

--------------------------------------------------------------------------------

Ad Borsboom’s Education

•Radboud Universiteit Nijmegen

prof.dr. , Anthropology, Aboriginal Australia, Pacific Studies , 1969 — 2009

General:

Providing information on Australia and Pacific Islands for a broad audience in both writing and lecturing.

Providing background information on current Australian affairs for various Dutch and Belgian radio stations; documentary programmes on radio.

Blogs in VK blog (Volkskrant)

-1988: Honourable request from de Cabinet of the Dutch Queen to provide information on a great number of subjects for the Queen's state visit to Australia.

Awards:

*medal from the Dutch Minister of Education and Science for all informative activities on Australia;

* 'Ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw' (Netherlands)

Activities and Societies:

vice-dean faculty of social science, consultancies for government and semi-government bodies (Australia), political functions on local and regional level.

•Macquarie University

Ph.D.student , School of Behavioral Science (Anthropology) , 1972 — 1974

Ph.D. completed at Radboud University (then Katholieke Universiteit) Nijmegen.

Activities and Societies:

seminars; fieldwork in Arnhem Land, Northern Australia from September 1972 - Januari 1974

--------------------------------------------------------------------------------

Additional Information

Ad Borsboom’s Groups:

• Auteurs

• Sprekers

--------------------------------------------------------------------------------

Ad Borsboom’s Contact Settings

Interested In:

•consulting offers, expertise requests
 
 
 
 

 

Pacific Updates (3): Sinds wanneer is God eigenlijk in Australië?

3

zondag 2 augustus 2009 19:17 door ad borsboom

De Uniting Church in Australië heeft in een officieel document uitgesproken dat niet zij God aan de inheemse bevolking, de Aborigines, heeft geopenbaard, maar dat God al millennia daarvoor in Australië aanwezig was, namelijk in de religie van deze oorspronkelijke bevolking. Met deze opmerkelijke verklaring wil dit kerkgenootschap een streep zetten onder de moeizame relatie die ze bijna twee eeuwen met de inheemse bevolking heeft gehad. Die relatie werd gekenmerkt door paternalisme en superioriteit van de kant van christelijke kerken naar de Aborigines toe. Lange tijd beschouwden deze en andere kerken de cultuur en religie van Aborigines als werk van de duivel.

Met de huidige verklaring neemt dit kerkgenootschap nu afscheid van haar aanvankelijke opvatting dat het westers christendom de waarheid exclusief in pacht heeft. Ze wil daarentegen een echte Uniting Church zijn waar ook theologen van Aboriginal afkomst zich volwaardig thuis kunnen voelen.

(bronnen: ABC News, Uniting Church of Australia, The Brisbane Times)

Achtergrond: de Uniting Church in Australië bestaat sinds 1977 als een unie van drie kerkgenootschappen: the Congregational Union of Australia, the Methodist Church of Australasia and the Presbyterian Church of Australia.

De kerk kent inmiddels een Aboriginal tak waar zo’n 15000 Aborigines bij betrokken zijn: de Uniting Aboriginal and Islander Christian Congress.

Persoonlijk commentaar: de waardering voor christelijke missie en zending onder Aborigines laat langzaam een verschuiving zien van harde veroordeling (‘waar halen westerlingen het recht vandaan om hun religie op te dringen’) tot voorzichtige waardering, ook van de kant van Aborigines. Dit als reactie op de snelle sociale ineenstorting van traditionele systemen in vooral Cape York en de woestijngebieden van Centraal Australië.

De redenering is, kort samengevat: ‘in mission-times heerste er tenminste regelmaat en orde; werden tribale vendetta’s bestreden en vonden jonge vrouwen die tegen gedwongen huwelijken waren een veilig toevluchtsoord’.

Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw hebben zowel de katholieke als protestantse kerken een ware metamorfose ondergaan in hun relatie met Aborigines. De totale afkeer van Aboriginal religie en levenswijze veranderde in respect, met name voor de intense beleving van Aborigines met hun spirituele wereld. Ook onderschreven de kerken de sociale agenda van Aborigines, zoals strijd om landrechten, officiele verontschuldiging voor aangedaan onrecht en steun voor de zogenaamde Stolen Generation.

In het begin van zeventiger jaren, toen ik voor het eerst onderzoek deed in Aboriginal communities in Arnhem Land (Noord Australië) waren Bijbelse verhalen over koningen en profeten, en symbolen als de duif, mosterdzaadjes, brood en wijn – om er maar een paar te noemen – volstrekt abracadabra voor de inheemse bevolking. Toen er daarna tegen alle verwachtingen in toch Aborigines interesse kregen in de christelijke wereldbeschouwing – voor velen was het christendom een brug naar de westerse wereld waar ze deel van uit gingen maken - voelden ze zich in het bijzonder aangesproken door verhalen van Abraham, Mozes en Jezus. De heilige plaatsen die door hun daden ontstonden vergeleken ze met hun eigen mythologische voorouders die al reizend ook sacrale plaatsen creëerden. Ook deden sommigen hun best een synthese tussen beide religies tot stand te brengen. Op paasochtend was ik een keer aanwezig bij een Aboriginal ceremonie waarbij de opgaande zon (een bij uitstek Aboriginal symbool) werd gekoppeld aan de verrijzenis van Christus. De Aboriginal conclusie was kortom: het christendom lag al besloten in onze Dreamtime (scheppingstijd) – en eigenlijk waren wij eerder.

De strekking van het besluit van de Uniting Church is in feite de bevestiging van die Aboriginal filosofie.

Algemeen: Hoewel Australië en het Pacific gebied bij uitstek vallen onder de ‘ver van ons bed show ' wil ik voor een beperkte groep belangstellenden met enige regelmaat een update van nieuws en achtergronden presenteren - zowel vanuit Nederland als vanuit Australië.

 

3 reacties

 

Uluru: klimmen of Taboe?

2

maandag 13 juli 2009 21:17 door ad borsboom

Hoe zou de Islamitische wereld reageren als westerse toeristen het recht claimeden om de heilige steen in Mekka te mogen beklimmen? Hoe zou de katholieke kerk reageren als we de St. Pieter zouden gebruiken om 'ab te seilen’? Heiligschennis!

Vanuit Aboriginal perspectief is dat precies wat er gebeurt wanneer talloze toeristen Uluru (voorheen Ayers Rock) in Centraal Australië willen beklimmen als onderdeel van hun toeristisch uitje: ontheiliging van sacrale plaatsen. Aborigines in heel Australië, en dus ook de eigenaren van Uluru, beschouwen bijzondere kenmerken in het landschap als sacrale plekken waar de vitale krachten van de scheppende wezen nog volop aanwezig zijn. Uluru is zo’n plek bij uitstek. Men mag uiteraard vanuit onze geseculiseerde visie die legitimatie onzin vinden, maar daar gaat het niet om. Het is nu eenmaal een feit dat men religieuze - trouwens ook nationale monumenten als het Statue of Liberty en de Arc de Triomphe - letterlijk en figuurlijk niet met voeten hoort te betreden.

In Australië woedt nu al enkele dagen een felle discussie rond de vraag of Uluru wel of niet beklommen mag worden door toeristen. Ook de Volkskrant meldde dit (13-07) in een overzichtelijk artikel van correspondent Marc van den Broek. Het thema lijkt op het eerste oog een futiliteit en perfect passend in de Europese komkommertijd. Maar het gaat in wezen om de vraag: wie heeft het in bepaalde gebieden van Australië nu voor het zeggen de Aborigines of alle andere Australiërs.

In het kort de feiten: Australië werd ruim 200 jaar geleden terra nullius verklaard, dat wil zeggen dat de Europeanen Australië als leeg land mochten beschouwen en het daarom in bezit konden nemen. Dat recht gold niet alleen voor alle ‘leeg land’ dat de Europeanen tegenkwamen, maar ook voor gebeiden - zoals Australië - waar weliswaar mensen woonden, maar die deden niks met dat land. Dat was ook terra nullius. Twee eeuwen later vochten Aborigines dit principe aan tot bij de Hoge Raad toe en die gaf hen gelijk: Australië was geen terra nullius ten tijde van de Europese ontdekking, de oorspronkelijke bewoners kenden wel degelijk systemen van landrechten en gebruikten het land op economische wijze.

Onder de talloze landclaims die volgden was ook die van de Aborigines rond Ayers Rock. Ze wonnen die claim en kregen zeggenschap over de rots en het omliggende gebied. Maar omdat het al lang een toeristische bestemming was, die ook voor Aborigines economisch interessant kon zijn, gaven ze het gebied als ‘lease’ voor een lange periode terug aan de overheid. Ayers Rock werd Uluru en er leek een werkbaar compromis gevonden te zijn tussen Aboriginal en andere belangen.

So far so good. Toen echter toeristen niet alleen geinteresseerd bleken in de steeds veranderende kleuren die de rots laat zien bij zonsondergang – en die vanaf een veilige afstand te bewonderen zijn - maar de rots ook wilden beklimmen, begonnen de problemen. Hoewel dat Aborigines tegen de borst stuitte, tolereerden ze het halfslachtig, vooral onder druk van de toeristenindustrie en overheidsinstanties.

Nu ligt er echter een rapport wat daar een einde aan wil maken - vooral op basis van bovenstaande religieuze argumenten. Bovendien zijn er naast deze - in feite - cultureel gevoelige argumenten ook nog ecologische motieven: de duizenden toeristen die de 346 meter hoge rots jaarlijks beklimmen (overigens 35 doden tot nu toe) dragen bij aan erosie en aan het verstoren van een fragiele ecologie. Er zijn bijvoorbeeld geen toiletten of andere voorzieningen, terwijl die tijdens de negen uur durende klim echt wel nodig zijn. Er zullen dus genoeg mensen zijn die er hun behoeften moeten doen en dat op die voor Aborigines bijzondere sacrale plek. Een wel heel pijnlijke combinatie van ecologisch en religieus vandalisme.

Als cultureel antropoloog behoor ik tot degen die adviseren: niet doen! Tegenargumenten zijn dat een groepje Aborigines niet het recht van alle Australiërs en buitenlanders mag aantasten om te klimmen - en dat de rots van iedereen is. De rots is zelfs een Australisch nationaal symbool geworden in deze discussie. Maar in feite gaat het om de vraag: van wie is dat stukje Australië en met welke culturele gevoeligheden houden we wel of geen rekening. Hanteren we hier ten opzichte van de machtelozen (Aborigines) andere regels dan voor machtige groepen (moslims, r.k. kerk, nationale overheden) bij wie we het niet in ons hoofd zouden halen dezelfde rechten te claimen.

Ad Borsboom

Cultureel Antropoloog

 Burgemeester Vreeman, Tilburg

Korpschef Welten, Amsterdam

Bouterse, Suriname

Een meerderheid in de gemeenteraad van Tilburg vindt dat burgemeester Ruud Vreeman moet opstappen.

Aanleiding is de gang van zaken rond de bouw van het Midi Theater, in de volksmond bekend als het Adje-theater, naar het bekende typetje van directeur Arijan van Bavel.

Een enquêtecommissie die onderzoek deed naar de kostenoverschrijdingen bij het theater, ontdekte dat Vreeman informatie heeft achtergehouden voor de raad en voor de andere leden van het college. Dat wordt gezien als een politieke doodzonde.

Niet weg
Het rapport van de commissie verscheen afgelopen dinsdag.

Gisteren werd al duidelijk dat verschillende fracties in de gemeenteraad geen vertrouwen meer hebben in Vreeman. Nu ook de SP het vertrouwen in hem heeft opgezegd, is een meerderheid voor zijn vertrek.

Vreeman is verbaasd dat een meerderheid van de gemeenteraad wil dat hij opstapt. Hij wil zich verdedigen in het debat over de kwestie dat aanstaande woensdag wordt gehouden. Vreeman denkt dat zijn verweer van invloed zal zijn op het oordeel van de raad.

''''''''''''''''''''''''''''''''''''''''''


 - De dagen van burgemeester Ruud Vreeman van Tilburg lijken geteld. De Tilburgse coalitiepartij SP heeft geen vertrouwen meer in hem</B> </P>De fractie heeft dat in de nacht van woensdag op donderdag unaniem besloten over de uitkomsten van een raadsenquête naar de overschrijding van de kosten van het omstreden Midi Theater, verklaarde voorzitter Veerle Slegers donderdagochtend.<BR><BR>Door de beslissing van de SP verliest de de burgemeester steun van een meerderheid in de Tilburgse raad. De SP neemt het de burgemeester vooral kwalijk dat hij de gemeenteraad én een deel van het college niet heeft geïnformeerd terwijl hij wist dat de verbouwing van het theater tonnen duurder werd. Voor de partij was dat al bekend en in het rapport van de enquêtecommissie zijn geen verzachtende omstandigheden genoemd, legde Slegers uit.<BR><BR>Het verweer van Vreeman was tot dusver dat de stad onbestuurbaar dreigde te worden als de overschrijding meteen bekend werd.<BR><BR>Eerder namen het CDA, de Lijst Smolders Tilburg, Algemeen Belang, D66 en de Verenigde Seniorenpartij al stelling in tegen de burgemeester. Samen met de SP hebben zij 20 van de 39 zetels in de raad.<BR><BR>Een gemeenteraad kan de benoemde burgemeester niet wegsturen en Vreeman liet eerder optekenen dat hij niet vrijwillig vertrekt. De SP bestudeert de komende dagen de mogelijkheden om hem tot een vertrek te dwingen, aldus Slegers. (ANP)<BR>

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Korpschef toont de onbekwaamheid van PvdA

woensdag 21 oktober 2009 09:33


'Ik moet veel inslikken. Ik moet mijn ambities bijstellen. Het is niet de bedoeling dat ik veel agendeer,' aldus Bernard Welten, hoofdcommissaris van politie in Amsterdam. Hij is de baas van de politie in één van de moeilijkste steden van Nederland waar sinds mensenheugenis de PvdA regeert. Wie dwingt Welten om zijn ambities bij te stellen?

NRC-Handelsblad had een mooi interviewmet Welten. De Amsterdamse hoofdcommissaris wordt in feite gedwarsboomd door de PvdA-bestuurders in Nederland. Hoe zit het met Job Cohen?

De journalist vroeg: Voelt u zich in de steek gelaten door Cohen?

Welten zucht. ‘Interessante vraag. Jeetje, dit wordt een ingewikkeld artikel.’ Het is een tijd stil. ‘Ik ben een grote jongen, toch? Ik vind het moeilijk die vraag te beantwoorden. Laat maar, het wordt te ingewikkeld.’

Bang
Job Cohen de man met een glimlach. De man die in het publieke debat graag mooie verhalen wil horen over de gematigde islam. De man die zich als een redelijke, betrouwbare bestuurder presenteert. Maar als we goed luisteren naar wat Welten zegt, dan zien we dat hij erg bang is voor Job. De moderne autoritaire bestuurders handelen meestal met een glimlach en met vanzelfsprekende leuzen zoals 'de boel bij elkaar houden'. Een moderne autoritaire bestuurder, ah, laat maar, het wordt ingewikkeld.

Job is de man die de 'maatschappelijk kloof' wil dichten, maar zijn handelingen zijn gericht om juist maatschappelijke kloof te veroorzaken tussen wij, de goede PvdA-Nederlanders en zij de slechteriken,de critici van de autoritaire en vaak ook onbekwame PvdA-bestuurders. Het veroorzaken van een kloof is een apart vak waar Job Cohen na jarenlange, nu gebleken autoritaire heerschappij, goed in is. Hoe? Door jarenlange verwaarlozing van multiculturele en ook islamitische problemen in Amsterdam. Nu blijkt ook dat hij zijn agenten een passieve houding opdringt.

Koffie
En hoe zit het met de minister voor politiezaken?

NRC: Komt u regelmatig op de koffie bij PvdA-bewindsvrouw en politieministerGuusje ter Horst?

‘Neen, nooit. De minister praat geloof ik nooit met politiemensen maar alleen met bestuurders. Dat is haar goed recht maar mijn keuze zou het niet zijn. Wie wel heel goed kan luisteren, is haar staatssecretaris Ank Bijleveld, die is voortreffelijk. Minister Ter Horst vindt dat wij stoorzenders zijn en dat vind ik eigenlijk wel een compliment. Het zou toch goed zijn dat wij af en toe laten horen wat er aan de hand is? Je kunt niet van ons verlangen dat we sullige uitvoerders zijn. Dus vinden wij wat.’

Guusje riep de elite op om in opstand te komen tegen Wilders. Zij riep de hulp van intellectuelen in bij het bestrijden van het populisme. Maar zij praat niet met mensen, de politiemensen, voor wie ze de minister is. Guusje beschouwt de agenten als een stoorzender. 

Ter Horst is een typisch voorbeeld van een regent die alleen met bestuurders kan praten. Job, Guusje en anderen regenten vormen het probleem van de PvdA. De  sociaal-democratie zal bij de volgende verkiezingen verliezen omdat ze nog steeds door autoritaire, wereldvreemde figuren wordt geleid. En het is zelfs Wouter Bos niet gelukt om zich en zijn partijen te bevrijden van de regentenmaffia.

Beknot
Job en Guusje zijn natuurlijk geïrriteerd over de 
uitspraken van Welten. Maar Welten voelt zich beknot in zijn functioneren. Hoe denken andere politiemensen? Steunen ze Welten? De Raad van Hoofdcommissarissen staat achter Welten. Natuurlijk zijn ze loyaal aan het politieke gezag. Maar ze hebben ook het recht, en soms de plicht om hun opvattingen te uiten: ‘Wij staan als het ware 24 uur met onze poten in de wijken. Dus kunnen we een professioneel geluid laten horen. Het helpt de veiligheid alleen maar verder.’

Wanneer we dit interview lezen, dan ontkomen we niet aan de constatering dat de PvdA niks heeft geleerd van de opkomst van Pim Fortuyn. Ik wens Wouter en alle andere sociaaldemocraten sterkte toe. Dit hebben ze hard nodig


Afshin Ellian

Welten: Ik heb last van Cohen en Ter Horst

zaterdag 17 oktober 2009 10:47

De Amsterdamse hoofdcommissaris Bernard Welten vindt dat hij door burgemeester Job Cohen en minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken (beiden PvdA) wordt beknot in zijn werk. 'Ik moet veel inslikken.'

Welten zegt dat in een interview met NRC Handelsblad, dat zaterdag werd gepubliceerd. Welten vindt dat hij onvoldoende ruimte krijgt om in het openbaar te vertellen 'wat er speelt in de samenleving en op welke wijze er iets aan gedaan kan worden'.

Stoorzenders

'Ik moet veel inslikken. Ik moet mijn ambities bijstellen. Het is niet de bedoeling dat ik veel agendeer,' aldus Welten over de houding van Cohen. Ter Horst heeft hem sinds ze begin 2007 minister werd, nog nooit ontvangen. 'De minister praat geloof ik nooit met politiemensen, maar alleen met bestuurders,' aldus Welten.

Volgens hem ervaart de minister hoofdcommissarissen als 'stoorzenders'. Best wel een compliment vindt hij. 'Het zou toch goed zijn dat wij af en toe laten horen wat er aan de hand is? Je kunt niet van ons verlangen dat we sullige uitvoerders zijn.'

Schadevrij
'De oude generatie korpschefs werd het nog gegund kwesties aan de orde te stellen. Maar nu leidt het tot een ongemakkelijk gevoel bij bestuurders en daarom willen ze het niet meer.'

Welten vertelt dat dat gevolgen heeft gehad voor zijn werk. 'Ik zit hier niet helemaal schadevrij. Er zijn wel momenten geweest dat het zichtbaar was dat er spanning was.'

 

Afshin Ellian (1966) is hoogleraar Sociale cohesie, burgerschap en multiculturaliteit aan de Universiteit van Leiden. Elke maandag, woensdag en vrijdag vindt u hier een bijdrage van deze dwarse dichter en denker, die sinds 1989 in Nederland woont. Tot 1 januari 2008 verzorgde Ellian deze blog als duo met Leon de Winter. De laatste wilde weer tijd (en een leeg hoofd) om zijn roman af te maken, dus hij haakte - tijdelijk - af (bekijk hier de oude blogs van Ellian & De Winter). De Winter blogde vanaf de begindagen (november 2004) op deze site, onder de naam Het Vrije Westen. Het is nu aan Ellian om de idealen en vrijheden van de Westerse cultuur te verdedigen.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Wat bezielt korpschef Bernard Welten?

Korpschef Bernard Welten uit scherpe kritiek op Cohen en Ter Horst, maar neemt het weer terug. Hij gooit zijn eigen ramen in. Wat bezielt Welten?

Met eenslapexcuuskomt deAmsterdamse korpschef Bernard Welten terug op zijn omstreden interview in NRC Weekblad van afgelopen zaterdag.

Hij betreurt het dat ‘de indruk is ontstaan dat ik afstand heb genomen van minister Ter Horst en burgemeester Cohen’. De indruk? De frustratie druipt van het vraaggesprek af.

Cohen geeft hem geen ruimte om onderwerpen te agenderen en Ter Horst praat niet met hem. De korpschef zegt het toch zelf!

Verrast
Hoewel Welten zaterdag wellicht verrast zal zijn door de harde ‘aankeiler’ van het interview op de
voorpagina van NRC Handelsblad, moet hij niet zeuren. Hij had ook zijn mond kunnen houden en heeft bovendien het interview geautoriseerd. Grote vraag is wat de korpschef bezielt.

Met dit interview gooit hij zijn eigen glazen in. Volgens zijn contract ‘moet’ hij nog twee jaar, maar het lijkt uitgesloten dat hij die termijn volmaakt. Amsterdam is ook niet gediend met een ontevreden korpschef die zichzelf onmogelijk heeft gemaakt.

Het was nota bene Cohen zelf die Welten vijf jaar geleden met een gouden contract van Groningen naar Amsterdam lokte. Na afloop van de afgesproken zeven jaar is Welten 56 jaar oud en mag hij met behoud van salaris zelf bepalen in wat voor functie hij bij de politie blijft. Een idiote regeling natuurlijk, waarvan de uitkomst viel te voorspellen.

Nieuwe baan
Heeft Welten soms al een andere baan en wilde hij met dit kritische interview zijn aftocht dekken? Met zijn talenten en ervaring kan hij in het bedrijfsleven veel meer verdienen.

Het is uitgesloten dat Welten zich heeft versproken. Hij is verbaal zeer begaafd en heeft een scherpe geest. Zo iemand denkt altijd vijf zetten vooruit. Doodzonde dat er blijkbaar onvoldoende chemie met Cohen was om in Amsterdam goed uit de verf te komen. Maar Welten moet ook de hand in eigen boezem steken. Geen woorden, maar daden. Dan wordt er ook meer naar je geluisterd.

Maar daarvoor is het nu te laat.

 ''''''''''''''''''''''''''''''

.Hij moet "als derde in rang" de genade maar afwachten en zal als deskundige echt wel zijn redenen hebben gehad om die 2 rooien aan te vallen. Van Leistra had ik iets meer respect en mededogen met die politieman verwacht.~Beetje nuance kan geen kwaad Leistra!.............................................

Door Welten’s reactie wordt bevestigd dat de beleidsmakers (Ter Horst, Cohen) geen voeling hebben met de werkelijke problematiek mbt criminaliteit en veiligheid en hoe deze moet worden aangepakt en opgelost. Voor de echte problemen en oorzaken (gebrek integratie) in relatie tot criminaliteit sluiten ze de ogen en/of kiezen de softe aanpak (coach, theedrinken, taakstraffen. Focus moet liggen op (correctief) strafmaat op maat (rekening houden met culturele achtergrond en waarden en identiteit) dat volgens deskundigen effectiever is, ..en alleen die toelaten die meerwaarde hebben voor NL en NL waarden en identiteit onderschrijven (preventief).
''''''''''''''''''''''''''''''''''''''''''''''''''''

President Venetiaan van Suriname: Waar blijft Beatrix?

maandag 19 oktober 2009 20:39

President Ronald Venetiaan van Suriname dringt aan op een staatsbezoek van koningin Beatrix aan zijn land. Hij heeft dit vandaag gezegd op vragen van elsevier.nl.

  President Venetiaan eist

Suriname is sinds 1975 onafhankelijk, maar door de moeilijkheden in de Bouterse-periode was het lange tijd ondenkbaar dat het Nederlandse staatshoofd een officieel bezoek zou brengen aan de voormalige kolonie.

Tegenbezoek
Venetiaan ontving vandaag Kamervoorzitter Gerdi Verbeet en zeven Nederlandse fractievoorzitters. Nooit was een zo hoge parlementaire delegatie op bezoek in Suriname.

Na afloop van de ontmoeting met de Tweede Kamerleden, herinnerde de president eraan dat hij eind jaren tachtig wel als president van Suriname op bezoek kwam naar Nederland. Een tegenbezoek van koningin Beatrix bleef echter uit.

Venetiaan: 'Ik heb de Koningin toen uitgenodigd. Naderhand hebben wij dat verzoek enkele keren herhaald, maar tot op heden is het er niet van gekomen.'

Indonesië
In het geval van Indonesië duurde het tot 1972 -24 jaar na de onafhankelijkheidsverklaring - voordat koningin Juliana en prins Bernhard de voormalige kolonie bezochten. Dat staatsbezoek bleek toen een groot succes. De Indonesiërs liepen massaal uit om een glimp van het koninklijke paar op te vangen.

De Nederlandse koninklijke familie is nog altijd populair in Suriname, dat al 36 jaar onafhankelijk is. Maar politieke ontwikkelingen stonden een staatsbezoek van koningin Beatrix altijd in de weg.

Verlegenheid brengen
Toenmalig
CDA-minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken zei enkele jaren geleden dat een bezoek er nog steeds niet in zat: 'De koningin mag niet in verlegenheid worden gebracht.'

President Venetiaan zei vandaag dat een bezoek van het Nederlandse staatshoofd de wederzijdse relatie zeker zou ten goede zou komen. Daarbij doelde hij kennelijk ook op de 350 duizend in Nederland wonende Surinamers.

Kritisch over verstandhouding
De president was tamelijk kritisch over de verstandhouding van Nederland. 'Suriname is voor Nederland slechts een vierde prioriteit. Daar moeten wij mee leren werken.' Hij sprak van 'een aantal pijnpunten', waaronder de mogelijke Nederlandse betrokkenheid bij ' de gewelddadige gebeurtenissen in het begin van de jaren tachtig.'

In die periode kwam sergeant Desi Bouterse via een staatsgreep aan de macht en volgde een oorlog in het binnenland tegen het opstandelingenlegertje van Ronnie Brunswijck.  Venetiaan zei dat Nederland en Suriname moeten samenwerken om op te helderen wat er toen allemaal op de achtergrond gebeurde.

'Ik roep ook de journalisten op onderzoek te doen naar deze zaak.'

OMBUDSMAN 

 

SP TRIBUNE, SEPTEMBER 2009

Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer

“DE BURGER IS EEN NUMMER GEWORDEN”

“Ik ben geen geharnast jurist”, zegt Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer. Liever dan zich blind te staren op de letter van de wet, houdt Brenninkmeijer zich bezig met de gevolgen van het recht voor individuele mensen. De persoonlijke noot, in een ambtelijke wereld die soms erg veel weg heeft van het verzameld werk van Kafka.

Foto's: Suzanne van de KerkTekst: Christine de Vos

Wie een conflict heeft met een overheidsinstantie en daar met de betrokken ambtenaren niet uit komt, kan een klacht indienen bij het kantoor van Alex Brenninkmeijer (58). In 2005 heeft de Tweede Kamer hem benoemd tot Nationale ombudsman. Hij onderzoekt of de overheid correct gehandeld heeft, bemiddelt en brengt misstanden onder de aandacht van politiek en media. Voorheen was hij onder meer werkzaam als rechter en hoogleraar staatsrecht in Leiden. “Als ombudsman krijg ik de kans om op een wat informelere manier om te gaan met problemen waar burgers tegenaan lopen, dan toen ik nog rechter was. Het gaat niet primair om hoe een zaak juridisch in elkaar zit, maar om gevolgen van overheidshandelen voor mensen. Ik ben niet alleen iemand die het heel interessant vindt het juridische vak te bestuderen, ik voel vooral een grote betrokkenheid bij de individuele mens. Bemiddeling als conflictoplossing in plaats van de gang naar de rechter wint steeds meer terrein”, zegt Brenninkmeijer. “De onafhankelijkheid van de functie spreekt me ook erg aan. De ombudsman kan zich vrij over allerlei zaken uitspreken. Als rechter heb ik weleens visies verwoord die haaks stonden op de gangbare opvattingen, en dat werd niet altijd gewaardeerd. Ik was heel kritisch over de ontwikkeling van de bestuursrechtspraak. De Algemene wet bestuursrecht (de Abw, die onder meer de regels voor de verhouding tussen overheid en burgers bevat –red.) heeft allerlei procedurestappen in juridische regels vastgelegd die nauwelijks ruimte voor souplesse bieden, en is zo volledig vast komen te zitten. Als er iets misgaat is het heel moeilijk dat in goede banen te leiden. Mensen raken als het ware gevangen in de Awb-bureaucratie.”

Is de Nederlandse burger tevreden over de overheid?

“Naarmate de punten waarop de burger met de overheid te maken heeft concreter zijn, is hij tevredener. Veel dingen zijn heel goed geregeld in Nederland: straatverlichting, vuilophaaldienst. Mensen denken er al niet eens meer over na, zo vanzelfsprekend is dat. Als je burgers echter vragen stelt over zaken die meer op afstand staan – zoals: wat vind je van het functioneren van ‘Den Haag’ – worden antwoorden veel minder positief. Dat is te abstract en te veraf. Bovendien doet de rijksoverheid het minder goed dan gemeenten.
Ik vind wel dat de verhouding tussen overheid en burger verruwt. De overheid heeft onvoldoende oog voor de mens, voor het menselijke. De burger is een burger-‘service’-nummer geworden, waarbij ik het woord service expres tussen aanhalings-tekens zet. 
Aan de andere kant zie je dat de burger zich steeds minder verbonden voelt met de overheid en minder geduld heeft. Mijn dringend advies is dan ook: zoek de burger op. Het heeft een geweldig positieve uitwerking als de overheid persoonlijk contact opneemt wanneer er iets niet goed gaat. Gewoon even de mensen bellen. Bij het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen, het UWV, is hierdoor het aantal juridische zaken met wel veertig tot zestig procent gedaald.”

Is dat alles?

“Het probleem moet natuurlijk naar behoren opgelost worden, maar door een telefoontje krijgt de overheid een gezicht of een stem en dat waarderen mensen. Als je een boze brief schrijft aan de gemeente en iemand neemt de moeite om even te bellen, dan is de angel er vaak al uit. Gehoord worden en serieus genomen worden zijn heel menselijke behoeften.
Kijk, de overheid mag van alles automatiseren, de standaardbrieven mogen wat mij betreft best door een computer gegenereerd worden, maar op het moment dat er iets fout loopt moet daar persoonlijke aandacht aan besteed worden. Dat dwingt overheidsinstellingen ook om over hun eigen muurtje te kijken en te zien dat een probleem bijvoorbeeld bij het UWV, maar ook bij de Belastingdienst speelt.”

Ik zie in uw boekenkast het verzameld werk van Franz Kafka staan. Vakliteratuur?

“Kafka is een merknaam geworden voor de anonimiteit. En voor de overheid als onzichtbare, onkenbare en ongrijpbare macht die over de belangen van de burger beslist, waardoor de burger heel zwaar in de problemen komt.
Je ziet dat Kafka zelf daar ook een aandeel in heeft. Het zijn voor een belangrijk deel zijn eigen hersenspinsels en hij wordt letterlijk gek van de overheid. Dat zie ik zelf ook vaak. Mensen krijgen een grote achterdocht. Meestal onterecht, de overheid is vrijwel nooit kwaadwillend. Wel onwetend, onachtzaam en onverschillig. Als je ze samen aan tafel zet, ziet de burger dat de overheid wel betrokken is en idealen heeft en dat is heel waardevol.

Ik ontmoette eens een dame die hier in Den Haag veel en vaak demonstreert. Toen ik haar voor het eerst op straat zag, trof me haar outfit. Ze had een ludiek uniform aan en een snor opgeplakt. Ik zag in eerste instantie niet eens dat het een vrouw was. Het bleek dat ze bij mij een zaak had lopen. Ze was opgepakt omdat ze zich schuldig zou hebben gemaakt aan vermomming tijdens een internationale conferentie. Dat is natuurlijk flauwekul. De rechter was al van mening dat er geen sprake was van vermomming; maar dat oppakken klopte natuurlijk ook niet. Is dat kwaadwilligheid van de politie? Ik zou eerder zeggen geweldige domheid. Dat de overheid niet begrijpt dat zo’n mevrouw, op haar manier, ludiek aan het demonstreren is en dat daar ook ruimte voor moet zijn.
Er ontstaan wel vaker rare problemen rondom demonstraties. Daarom hebben we een demonstratiekaartje gemaakt, waarop de spelregels voor betogingen staan. Dat kunnen demonstrant en agent aan elkaar laten zien om conflicten te voorkomen. Kijk, het past heel mooi in een portemonnee. Of onder de pet van de agent.”

Spelen politieke ambities van bewindspersonen een grote rol bij het functioneren van overheidsinstellingen?

“Jazeker. Een minister kan heel trots zijn een bepaalde wet door het parlement te hebben gekregen en de champagne ontkurken, maar dan begint het pas. Voor de uitvoering is te weinig aandacht en dat leidt tot moeilijkheden.
Dat merkten we onder meer bij de overgang van de huursubsidieregeling naar het huurtoeslagenstelsel. Die moest door de Belastingdienst worden uitgevoerd en trad al in werking voor de systemen er klaar voor waren. Als systemen niet op orde zijn, kan dat heel nare gevolgen hebben. Bijvoorbeeld voor een oude mevrouw wier man was overleden. Dat had ze keurig doorgegeven, maar nog een tijdlang werd ze benaderd alsof ze nog met hem getrouwd was – omdat de Belastingdienst dat niet in het systeem kon invoeren. Dat is natuurlijk ontzettend pijnlijk. Als er even meer tijd was uitgetrokken voor een zorgvuldige invoering van veranderingen, zou dit niet nodig zijn geweest.

Nog een voorbeeld: het UWV. Dat is een bijzonder moeilijk geval, wat al een aantal jaren hoog scoort op de klachtenranglijst. De organisatie is indertijd ontstaan uit fusies van een aantal verschillende instanties, wat grote IT-problemen met zich meebracht. Zo behandelde ik de zaak van een vrouw die met zwangerschapsverlof was gegaan en daarom een uitkering kreeg van het UWV. Zij kreeg vervolgens een miskraam. Heel triest, natuurlijk. Het UWV bleef haar maar als zwangere benaderen en aanschrijven. Dat was natuurlijk ontzettend pijnlijk. Ook toen het UWV had onderkend dat er een fout was gemaakt, bleef het doorgaan omdat hun systemen het bericht ‘einde zwangerschap wegens miskraam’ niet konden verwerken. Op zo’n moment zie je een heel harde confrontatie tussen het menselijke drama en een geautomatiseerd systeem waarin voor dat drama geen ruimte is.
Tegenover de IT-moeilijkheden staan wel weer investeringen in klantencontact bij het UWV. Daar worden medewerkers op getraind. In het UWV-gebouw heeft de directie tijdelijk ‘De Buitenwereld’ gecreëerd: een ruimte waar medewerkers via simulaties ervaren hoe vervelend het is om met een bureaucratie te maken te hebben. Dat leidde tot een afname van het aantal klachten.”

De Immigratie- en Naturalisatie- dienst (IND) is ook een instelling die op veel kritiek kan rekenen.

“Bij de IND was er iets anders aan de hand. Ten tijde van minister Verdonk was er sprake van een uitermate negatieve politieke stroming ten aanzien van vreemdelingen. Toen heb ik gezegd: je kunt niet je politieke visie op vreemdelingen, en het restrictieve beleid dat de minster voorstaat, vertalen in het slecht behandelen van vreemdelingen. Dat was een fundamentele fout. Het gaat nu zeker beter bij de IND. Na een tijdlang slecht te hebben gescoord in mijn jaarverslagen en door een negatief rapport van de Algemene Rekenkamer is men zich af gaan vragen: ‘Voor wie doen we ons werk eigenlijk?’ Nou, voor de mensen die een vergunning aanvragen natuurlijk. Toen dat duidelijk werd, is het aantal klachten verminderd.”

Zo simpel?

“De wisseling van bewindsvrouwe speelt zeker ook een rol. In de uitvoering van het beleid van mevrouw Albayrak kan ik me beter vinden. Over haar politieke keuze voor een streng vreemdelingenbeleid ga ik natuurlijk niet. Maar ik vind wel dat mensen op een goede manier behandeld moeten worden, niet te lang moeten wachten en op een goede manier te woord moeten worden gestaan. Dat gaat onder Albayrak veel beter.”

U zei eerder dat gemeenten het beter doen dan de rijksoverheid. De uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning, de WMO, pakt toch niet overal even goed uit.

“Met name in de thuiszorg is op veel plaatsen heel erg veel misgegaan. Dat zat hem in de wijze van aanbesteden: tegen de laagst mogelijke prijs. De veranderende rol van mensen die in de thuiszorg werken is zeer schadelijk geweest: eerst waren ze in loondienst en vervolgens zijn ze gedwongen als zelfstandige te gaan werken. Nu de economie in crisis is, zie je wat daarvan de consequenties zijn. Afgezien daarvan zijn veel mensen die vol overgave in de zorg werken weggejaagd uit het systeem, vanwege de manier waarop gemeenten en zorginstellingen met hen zijn omgegaan. Het gaat nu om minuten afstoffen, seconden pillen geven. Dat is een respectloze manier om met het onderwerp thuiszorg om te gaan. Dat heeft zowel de thuiszorgwerker als de cliënt heel veel pijn gedaan.”

Is dat een probleem van de uitvoering of van de WMO zelf?

"De overheid is niet kwaadwillend; wel onwetend, onachtzaam en onverschillig"

“Overdragen van de zorg aan gemeenten vind ik niet bezwaarlijk, dit type taak kan eigenlijk beter op lokaal niveau geregeld worden. Wat de WMO nekt is de marktwerking. Zorg en markt vind ik niet goed bij elkaar passen. Het werd ook heel bureaucratisch aangepakt. Bij zorg moet je je afvragen waar maatschappelijk gezien de belangrijkste waarde zit. Dat is natuurlijk de relatie tussen degene die de zorg nodig heeft en degene die hem geeft. Dat is niet in geld of factureerbare minuten uit te drukken. Die meerwaarde is verdwenen bij de WMO.”

Controle op een deugdelijke uitvoering van wetgeving is ook een taak van de politiek. Kwijt die zich voldoende van haar waakhondtaak?

“Nee. Een groot probleem blijft altijd het regeerakkoord en de steun van regeringspartijen voor het beleid, waardoor de kritische rol van het parlement veel beperkter is dan hij zou moeten zijn. De rol van de oppositie is heel belangrijk, maar ook heel ondankbaar. De stemverhoudingen zijn zodanig dat de parlementaire meerderheid de andere kant opgaat. Hierdoor is een negatief beeld ontstaan van de werking van de politiek. Het aanzien van parlementariërs in de samenleving is heel laag in vergelijking met, laten we zeggen, een huisarts. 
Scheiding van de machten, de trias politica, is in de praktijk een duas politica geworden: de wetgevende en uitvoerende macht zijn ineengeschoven. Dat is niet goed voor de werking van de democratie. Het legt meer druk op de rechter, wiens rol ook nog eens op de korrel wordt genomen. Met een pleidooi voor minimumstraffen beperkt men de vrijheid van de rechter en vergroot men op een heel ruwe manier zijn politieke invloed. Dat is zeer schadelijk voor de checks-and-balances van het democratisch systeem.”

Wat zijn onderwerpen die buiten uw terrein vallen waar u wel iets over zou willen zeggen?

“Over een aantal belangrijke onderwerpen als zorg, huur, jeugd en onderwijs heb ik niets of maar ten dele iets te zeggen. Dat komt omdat belangrijke delen geprivatiseerd zijn. Ik ga alleen over overheidsinstellingen. In het buitenland kunnen mijn collega’s ook klachten over bijvoorbeeld de energiesector behandelen. De burger beschouwt energie wel degelijk als een verantwoordelijkeid van de overheid. Ik zou daar wel iets mee moeten kunnen doen. In het bijzonder gezien het feit dat bij organisaties waar de ombudsman zich mee bemoeit, de interne klachtenregelingen zich positief ontwikkelen.

In de private sector is het klachtenrecht van heel wisselende kwaliteit en daar komen ze mee weg. Er is daar geen extern klachtrecht dat als luis in de pels fungeert. Ook daarom zou ik me graag met huurzaken en energiebedrijven bezighouden.”

 Pieter van Vollenhoven door CDA teruggefloten. Stel voor dat Pieter het engsluitend deksel op zou lichten en het kooltje dat staatsecretaris Van der Knaap zo vakkundig had gedooft weer doen gloeien. 
 
 'Ambtenaar moet soms minder loyaal zijn'

22 JUL 2008

Ambtenaren volgen regelmatig orders van wethouders op, terwijl ze weten dat ze daarmee de wet overtreden. De loyaliteit van ambtenaren mag in deze gevallen best iets minder zijn. Dat meldt BN DeStem 

Wanneer een ambtenaar een illegale opdracht van een wethouder niet uitvoert, staat hij daarbij volledig in zijn recht. Veel ambtenaren zijn echter bang hun baan te verliezen en voeren de taak vervolgens tóch uit.
 
Klokkenluidersregeling
Volgens BN DeStem kan het weigeren van illegale opdrachten in veel gevallen een alternatief vormen voor de klokkenluidersregeling, waarbij ambtenaren anoniem misstanden kunnen melden. Het dagblad vermeldt dat deze door minister Ter Horst aangekondigde regeling weinig kans van slagen heeft.
 
Misstanden
Organisaties weten namelijk vaak meteen wie de anonieme klokkenluider is. Bovendien is de organisatie niet verplicht iets te doen met de adviezen van de onafhankelijke instantie waar de misstanden zijn aangekaart.
 
Uitkomst
Ambtenaren die een onwettige opdracht niet wensen uit te voeren, schuiven de verantwoordelijkheid terug naar de wethouder die vervolgens zelf de schuldige is. Hoewel werkweigering niet de ideale oplossing is, kan het in sommige gevallen wel een uitkomst bieden.
********************************************************************************
 

Stel je voor: er staan, onaangekondigd, wildvreemde mensen op je stoep. Ze willen naar binnen. Wat zeg ik, ze gáán naar binnen. Ze legitimeren zich niet. Ze intimideren wel. Zonder je toestemming te vragen denderen ze op je koelkast af, trekken die open en inspecteren de inhoud. Ze graaien en snuffelen in al je lades. Spitten je hele administratie door. Je vraagt je af: "In welke slechte film ben ik terecht gekomen?" Wie zijn deze mensen dat ze jouw privacy en waardigheid op zo’n brute manier denken te mogen schenden?

We leven toch niet in een politieserie?
Het gaat om consulenten van de sociale dienst van Heerhugowaard. Het lijkt er op dat deze consulenten te veel naar politieseries hebben gekeken. Daar is het smullen als de agenten procedures aan hun laars lappen en zonder huiszoekingsbevel het kwaad proberen te ontmaskeren. Maar Heerhugowaard is geen New York, bijstandsconsulenten zijn geen agenten en mensen met een uitkering zijn geen criminelen. De consulenten hebben zich dus gewoon misdragen.

Moed nodig om klacht in te dienen
Een aantal cliënten van de sociale dienst is nu al jaren bezig om aangetoond te krijgen dat het om wangedrag ging. Er is moed nodig om je uitkerende instantie aan te klagen. Afhankelijkheid maakt vaak gedwee of murw. Moedig om in zo’n situatie op te komen voor je recht, privacy en waardigheid. Dat dat ook nog wel eens wordt beloond, bleek van de week. De Nationale Ombudsman heeft de cliënten in het gelijk gesteld. Dat is een felicitatie waard. Maar ook een excuus van de gemeente. En wat staat er in de krant: dat zal er waarschijnlijk niet van komen.

Arrogantie van de macht?
Dat de gemeente geen excuus aanbiedt, is onvoorstelbaar. Als je als overheid fout zit, geef dat dan gewoon toe. Wat ik uit de krant begrijp is dat de gemeente zich beroept op de letter van de oorspronkelijke wetgeving, terwijl de Ombudsman ook jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep bij zijn oordeel betrok. De gemeente loopt dus achter de feiten aan en wil zich daar nog achter verschuilen ook. Wat voor signaal geeft de gemeente daarmee af? Dat zij gewoon altijd gelijk heeft? Dat burgers geen recht van spreken hebben? Minachting van burgers en hoogmoed of arrogantie van de macht zijn de beste middelen om afstand en weerstand bij burgers te kweken. Dat moet je als gemeente toch niet willen?

Excuus
We verdienen met zijn allen dat we als inwoners van deze stad met respect worden benaderd. Dat geldt zeker voor mensen die zich in een afhankelijke situatie bevinden. Natuurlijk, als er misbruik wordt gemaakt, dan moet dat worden onderzocht en aangetoond. Maar dan wél volgens de regels. Regels gelden voor iedereen. Ook voor de overheid.
De gemeente kreeg dus een tik op de vingers van de Nationale Ombudsman. Dat kan zeer doen, dus een excuusbrief laten typen is misschien te veel gevraagd. Ons voorstel daarom: leg deze keer een aangekondigd bezoek af, vraag of je mag binnenkomen, zeg sorry en geef een bloemetje. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn?

Gemeentelijke Ombudsman Ulco van de Pol waarschuwt gemeenten dat zij zich niet onbereikbaar moeten maken voor burgers. Door taken te verzelfstandigen en uit te besteden, raakt de burger voor de gemeente uit het zicht en kunnen wensen en klachten niet langer gehoord worden. Ook door de instelling van een front office kan de gemeente op afstand raken. De ombudsman gaf zijn waarschuwing af bij de presentatie van zijn jaarverslag, waarin hij ook zijn onderzoeksplan aankondigde.

Gemeenten gaan er steeds vaker toe over om onderdelen te verzelfstandigen of taken uit te besteden, in de verwachting dat het rendement en de dienstverlening zullen verbeteren. Ze doen dit ook op terreinen waar het belang van een zorgvuldige klachtbehandeling voor de burger groot is: watervoorziening, openbaar vervoer, zorgverlening en sociale woningverhuur.


Geen beroep op rechtsbescherming door overheid
Een voorbeeld is de schuldhulpverlening, die in verschillende gemeenten veel klachten heeft opgeleverd. De gemeente schakelt verschillende instanties en organisaties in om mee te werken aan de uitvoering van een schuldhulptraject, maar krijgt geen zicht op de klachten die de burger bij die instanties indient. De gemeente staat daardoor op afstand, en kan de burger niet langer de rechtsbescherming leveren die de wet biedt. Een goede manier om dit te voorkomen, is uitvoerders contractueel te verplichten om de klachtafhandeling onder controle van gemeente en ombudsman te stellen. Adequate klachtafhandeling is een geschikt instrument om toezicht te houden op de uitvoering van de maatschappelijke taken.

Een ander risico dat de ombudsman signaleert is dat in het kader van een verbetering van de dienstverlening front offices worden opgetuigd, die echter meer en meer als frontlinie gaan werken. Om de juiste informatie te pakken te krijgen, moet eerst door een aantal doorverbindingen, terugbelverzoeken en wachtperiodes heen worden gegaan.

Bestuurlijk stelsel
Aan het college en andere bestuurders van de gemeente Amsterdam geeft de ombudsman de boodschap mee om bij het herinrichten van het bestuurlijk stelsel een uniforme en efficiënte dienstverlening aan de burger centraal te stellen. De huidige verdeling van taken levert volgens hem namelijk onaanvaardbare verschillen in tarieven en kwaliteit in diensten op.

Bijzondere onderzoeken
In het afgelopen onderzoeksjaar besteedde de ombudsman veel tijd aan grote onderzoeken, zoals het dodelijk ongeluk aan de Veemkade in oudejaarsnacht 2007/2008 en de twee verzakkingen van panden bij het in aanbouw zijnde metrostation Vijzelgracht. Deze drie onderzoeken vonden plaats op verzoek van het Amsterdams college van burgemeester en wethouders.

 
 ********************************************************************************************

061004 ReplyaOmbudsbr 060714; o.a. zelfmoorden, geest van de wet
To: info@gemeentelijkeombudsman.nl

Amsterdam, 4 oktober 2006
 
afz. Cor van Keuk
 v. Hogendorpstr 171/1
 A'dam, 1051 bn
 
Kenmerk AM0635357

 Geachte mijnheer,

dank u voor uw brief van 14 juli jl.
er is jammergenoeg nog geen reactie geweest van de gemeente betr. de klachten over het Mentrumproject Ons Genoegen in Westerpark; o.a. over de zelfmoorden nu van (minstens) drie boerderijvrijwilligers/buurtgenoten met ernstige psychiatrische klachten.
Het is nu mijn oprechte mening, dat de gemeente deze zaak onder probeert te schoffelen. Tot nu toe is er absoluut geen teken geweest, dat ze naar de geest van de wet heeft gehandeld.
 Klachten van gehandicaptenorganisaties aan deelraad Westerpark, oorspronkelijk aan mevrouw Anne Marie Hoogland,dateren al van juli 2004; ik heb de indruk dat men tijd wil rekken, zodat de boerderijplannen van het Mentrum ongestoord hun doorgang zouden kunnen vinden.
En natuurlijk voel ik me, als belangenbehartiger (en naar het me voorkomt, nu ook 'klokkenluider') ook persoonlijk erg aangeslagen door zo'n behandeling van de gemeente.
 
Ik zie er vooral alle aanleiding toe, dat er nu snel maatregelen getroffen gaan worden. 
Bij voorbaat dank voor uw hulp,
 
Cor van Keuk. 

 

Karst Tates: Willem Alexander is een fascist

Karst Tates wilde met zijn zwarte Suzuki de bus van het Koninklijk Huis raken, vrijdag 4 september 2009 13:38

'Willem Alexander is een fascist, hij is een racist en ik wist dat de koningin hier zou komen.' Dat waren de laatste woorden van Karst Tates die tijdens de viering van Koninginnedag in Apeldoorn een aanslag pleegde op het Koninklijk Huis.

Uitspraken Tates
Karst Tates deed volgens het vrijdag gepresenteerde onderzoek na zijn dodemansrit onder meer de volgende uitspraken:

'Ja, ik heb het bewust gedaan.'

'Willem-Alexander is een fascist, hij is een racist en ik wist dat de koningin hier zou komen.'

Op de vraag 'Wilde je tegen de bus aanrijden?': 'Ja.'

In de ambulance naar het ziekenhuis zei Tates: 'Ik ben gezond en gebruik geen medicijnen.'

In het Duits zei Tates onder meer nog dat hij veel hoofdpijn had.

Het personeel van de ambulance zag op de apparatuur dat zijn neurologische conditie vervolgens snel slechter werd. Ongeveer anderhalve minuut voor aankomst in het ziekenhuis in Deventer begon hij te snurken en was hij niet meer aanspreekbaar.

Dat heeft de Nationale Recherche vrijdag bekendgemaakt tijdens de persconferentie over het onderzoek naar de aanslagen op Koninginnedag.

Daarbij vielen zeven doden en kwam ook Tates om het leven.

Tates gaf direct na de aanslag toe, het op het Koninklijk Huis te hebben gemunt. Op de vraag van de politieagent die het eerst ter plaatse was, of hij bewust op de Koninklijke bus was ingereden antwoordde Tates: 'Ja, ik heb het bewust gedaan.'

Geen mededader
Uit het onderzoek door 215 rechercheurs blijkt dat
de aanslag een eenmansactie was. Er zou ‘geen enkele aanwijzing zijn’ voor een mededader. Tates zou zijn daad ook nauwelijks hebben voorbereid, stelt de recherche.

Waarom Tates het heeft gedaan, blijft onduidelijk. ‘Op de ultieme vraag kan geen sluitend antwoord worden gegeven. Dat kon Tates alleen,’ zei hoofdofficier van het landelijk parket Bart Nieuwenhuizen vrijdag tijdens de persconferentie.

Tates stierf enkele uren na de aanslag zonder uitsluitsel over zijn motief gegeven te hebben.

Aankondiging
Hoewel het gezin waarin Tates opgroeide
niet anti-monarchistisch was, stond Tates kritisch tegenover het koninghuis. Hij zou het geldverspilling vinden. In 2004 vertelde hij zijn toenmalige werkgever dat hij beroemd zou worden. Dat zou volgens Tates gebeuren door 'een aanslag op het Koninklijk Huis'.

'Het is onduidelijk of Karst Tates vanuit een bepaalde levensovertuiging of levensbeschouwing heeft gehandeld,' zei de woordvoerder van de Nationale Recherche.

Reconstructie
Uit het onderzoek blijkt dat Tates
zijn aanslag op de ochtend van Koninginnedag zelf heeft voorbereid. De reconstructie van de aanslag maakte het duidelijk dat Tates met 112 kilometer per uur met zijn zwarte Suzuki Swift door die afzetting is gereden. Nadat hij enkele toeschouwers had had geraakt botste hij met 45 kilometer per uur op het monument De Naald.

Door Arne Hankel

Make a Free Website with Yola.